Auteur: Carlien Laarman

  • Hoe kan het dat AI gratis is?

    Hoe kan het dat AI gratis is?

    Elke maand kost het draaien van ChatGPT en Claude de bedrijven erachter miljarden dollars, en toch kun je er als particulier of zzp’er gratis gebruik van maken. Dat is geen toeval en ook geen liefdadigheid. Het is een weloverwogen strategie, met een prijskaartje dat ergens moet landen, bij investeerders, bij gebruikers, en bij de datacenters die al die gratis vragen verwerken. Hieronder lees je hoe dat precies zit, en wat het betekent voor iedereen die dagelijks een gratis AI-tool opent.

    Wat is er eigenlijk aan de hand?

    Grote AI-bedrijven draaien historisch hoge verliezen, terwijl hun producten voor de meeste gebruikers gratis of nagenoeg gratis zijn. OpenAI verwacht voor 2026 een verlies van ongeveer 14 miljard dollar, en telt op tot een verwacht cumulatief verlies van 115 miljard dollar tot en met 2029, voordat winstgevendheid volgens eigen prognoses ergens in de jaren dertig in zicht komt. Dat staat te lezen in interne financiële documenten van OpenAI, geanalyseerd door The Information en overgenomen door onder meer R&D World. Van de zo’n 900 miljoen wekelijkse gebruikers van ChatGPT betaalt intussen slechts 6,3 procent, ongeveer 57 miljoen mensen, voor een abonnement. Anthropic, het bedrijf achter Claude, geeft zelf aan dat de jaarlijkse compute-kosten rond de 4 tot 4,5 miljard dollar liggen tegenover een geschatte omzet van 7 miljard dollar: beter dan bij OpenAI, maar nog altijd fors.

    Wat maakt dit opvallend?

    De verklaring zit in een strategie die verder niet nieuw is. Matti van Engelen, AI-lead bij consultancybureau Sparkoptimus, vergelijkt het in Ey! Daily met Uber: “Uber was eerst heel goedkoop, met als doel zo veel mogelijk mensen binnen te halen en zich te verspreiden over veel locaties. Toen ze de mensen eenmaal binnen hadden gehaald, gooide ze hun prijzen omhoog.” AI-bedrijven passen hetzelfde patroon toe: eerst een zo groot mogelijk gebruikersaantal opbouwen met een gratis basisversie, en pas daarna verdienen aan wie meer wil.

    Twee ontwikkelingen maken dat voorlopig behapbaar. Ten eerste zijn investeerders bereid om jarenlang verlies te accepteren in ruil voor marktaandeel: Anthropic haalde in mei 2026 alleen al 65 miljard dollar op in één financieringsronde, tegen een waardering van bijna 1.000 miljard dollar. Ten tweede worden de kosten om een AI-model te laten draaien snel lager. Onderzoek van Stanford’s AI Index laat zien dat de kosten om de prestaties van GPT-3.5 te evenaren tussen eind 2022 en oktober 2024 met een factor 280 zijn gedaald. Daarbij komt een minder zichtbare constructie: techreuzen als Nvidia en Microsoft investeren in OpenAI, dat vervolgens een groot deel van dat geld weer besteedt aan chips en cloudcapaciteit bij diezelfde investeerders. Geld dat rondgaat, in plaats van dat het ergens verdwijnt.

    Wat roept dit op?

    De vraag die overblijft is simpel en ongemakkelijk tegelijk: als iets dit duur is om te maken, wie betaalt dan uiteindelijk de rekening? Het antwoord blijkt uit meerdere lagen tegelijk te bestaan, en niet allemaal even zichtbaar.

    Het meest genoemde antwoord gaat over de gebruiker zelf. Je gesprekken met een gratis AI-tool kunnen worden gebruikt om het model te trainen, tenzij je dat zelf uitzet. Je bouwt bovendien een gewoonte op die het bedrijf later kan verzilveren: via een duurder abonnement, via advertenties in de antwoorden, of via een prijsverhoging zodra de concurrentie afneemt. OpenAI stelde advertenties in ChatGPT eind vorig jaar zelf nog uit om eerst het product te verbeteren, wat vooral laat zien dat die route serieus wordt overwogen, niet dat hij van tafel is.

    Een minder besproken, maar minstens zo concreet deel van de rekening zit in de datacenters die al die gratis vragen daadwerkelijk verwerken. Uit een rapport van kredietverzekeraar Allianz Trade (juni 2026) blijkt dat de wereldwijde CO2-uitstoot van datacenters in 2025 ongeveer 286 megaton bedroeg, 57 procent hoger dan eerdere schattingen van het Internationaal Energieagentschap, bij een elektriciteitsvraag van zo’n 515 terawattuur wereldwijd. Die groei komt volgens Allianz Trade vooral door de opkomst van AI, en zal zonder verdere verduurzaming naar verwachting verdubbelen tot 643 megaton in 2030. Nederland hoort daarbij tot de digitale koplopers van Europa: datacenters nemen hier nu al zo’n 7 procent van het totale elektriciteitsverbruik voor hun rekening, met een geschatte CO2-uitstoot van 4,73 megaton in 2030 als er niets verandert. Johan Geeroms van Allianz Trade vat het zo samen: “AI-groei is alleen houdbaar als overheden en bedrijven tegelijk fors investeren in groene stroom, extra netcapaciteit én veel efficiëntere digitale infrastructuur.” Dat sluit direct aan bij wat we eerder al schreven over het stroomverbruik van AI-datacenters in de Achterhoek: een deel van de rekening voor gratis AI-gebruik komt gewoon binnen via de energierekening en de wachtlijst voor een netaansluiting.

    Water is daarbij een onderbelicht deel van diezelfde rekening. Wereldwijd verbruikten datacenters in 2025 naar schatting 814 miljard liter water, waarvan ongeveer driekwart indirect via elektriciteitsopwekking en de rest via koeling op locatie en chipproductie. Voor Nederland gaat het naar schatting om 10,8 miljard liter per jaar. “Water wordt in de discussie over AI en datacenters nog te vaak vergeten,” zegt Geeroms. “Ook in Nederland moeten we breder kijken dan alleen stroomverbruik.” Diezelfde spanning tussen groeiende vraag en beperkte voorraad kwam eerder al aan bod bij droogte en waterbeheer in de Achterhoek, al gaat het daar om een andere toepassing van AI dan de datacenters zelf.

    Zo bezien is “gratis” vooral een kwestie van wie de rekening op dit moment nog niet gepresenteerd krijgt. Investeerders financieren het verlies in ruil voor marktaandeel, gebruikers betalen met hun data en aandacht, en de fysieke infrastructuur eronder vraagt om stroom, water en CO2-ruimte die uiteindelijk via de energierekening, de netbeheerder of de directe omgeving wordt verrekend. Intussen groeit de druk van goedkopere concurrenten uit China, die vergelijkbare prestaties leveren tegen een fractie van de kosten, wat de vraag oproept hoe lang de huidige, dure aanpak stand houdt, en wie daar als eerste de gevolgen van merkt.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de gewone ondernemer?

    Voor een zzp’er of kleine ondernemer die dagelijks een gratis versie van ChatGPT, Gemini of Claude gebruikt, is dit meer dan een ver-van-je-bedshow. Een gratis tool die vandaag prima werkt voor je facturatie, je teksten of je klantcommunicatie, kan morgen duurder worden, minder functies bieden, of ergens anders op teren dan je dacht, bijvoorbeeld op de gegevens die je erin stopt. Wie een AI-tool een vaste plek geeft in het eigen werkproces, doet er verstandig aan om na te gaan wat er met eigen data en klantgegevens gebeurt, en om niet blind te varen op een prijs die vandaag toevallig nul is. Een goed startpunt daarbij is een eerlijke afweging van kosten en opbrengsten per tool, in plaats van automatisch voor de gratis variant te kiezen. En wie in de Achterhoek zelf weleens tegen een volle wachtlijst voor een netaansluiting aanloopt, mag gerust weten dat een deel van die druk meekomt uit dezelfde datacenters die de gratis AI-tools van de rest van Nederland draaiende houden.

    Geen antwoord, wel een richting

    Gratis AI bestaat niet, er wordt alleen nog niet rechtstreeks voor gerekend. De rekening ligt bij investeerders die op groei gokken, bij gebruikers die met hun data en aandacht betalen, en uiteindelijk misschien bij iedereen zodra de gratis periode voorbij is. Niemand weet precies wanneer dat omslagpunt komt, en dat maakt het lastig om er nu al goed op te plannen. Hoe zou jij het vinden als je favoriete gratis AI-tool morgen ineens tien euro per maand kost: stap je over, betaal je, of stop je ermee?

    Dit soort vragen, over wat AI in de praktijk betekent voor jouw werk en je bedrijf, bespreken we ook op het congres Achterhoekse Intelligentie, op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Bekijk het programma of haal je ticket.

  • AI bij vergunningen in de Achterhoek: hoe Winterswijk en Aalten sneller werken

    AI bij vergunningen in de Achterhoek: hoe Winterswijk en Aalten sneller werken

    Wie in de Achterhoek een vergunning aanvraagt, wacht vaak weken op antwoord. In Winterswijk en Aalten zetten gemeenten inmiddels AI-toepassingen in om vergunning- en planprocedures sneller en beter onderbouwd te maken, zonder dat het laatste woord bij een computer komt te liggen. Wat dat in de praktijk oplevert, en wat het betekent voor ondernemers die zelf weleens een aanvraag indienen, lees je hieronder.

    Wat is AI bij vergunningverlening in de Achterhoek?

    In Achterhoeks verband werken de gemeenten Winterswijk en Aalten aan twee gekoppelde projecten: AI als versneller van woningbouwprocedures, en datagedreven woningbouw. Initiatiefnemer is Jan Veuger, senior-adviseur wonen en volkshuisvesting bij de gemeente Aalten. Zijn insteek is nuchter: “We kunnen heel lang discussiëren over procedures, maar je kunt ook kijken hoe je bestaande processen slimmer en sneller maakt.”

    Een van de toepassingen is de zogeheten T-prikker, een AI-assistent waarmee je in gesprek kunt over het omgevingsplan en de kansen van een locatie, bijvoorbeeld rond netcapaciteit en congestie. Winterswijk bouwde daarnaast de Atlas Omgevingskwaliteit: een digitale atlas die beleid, kaartlagen en gebiedskenmerken samenbrengt, zodat initiatiefnemers en ambtenaren in gewone taal kunnen zoeken en toetsen wat wel en niet kan op een locatie. Volgens architect Gerard Overkamp, planoloog bij Winterswijk, levert dat concreet iets op: “Mensen krijgen veel beter inzicht in wat wel en niet mogelijk is. De ingediende plannen worden simpelweg beter.” De onderliggende systemen zijn via API’s gekoppeld aan bestaande data, en straks ook aan het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet.

    Tijdsbesparing van 200 uur door AI

    Bij een vergelijking tussen twee vergelijkbare projecten in Aalten en Berkelland becijferde Veuger een tijdsbesparing van ongeveer tweehonderd uur. Opvallender is misschien nog hoe de systemen werken. Ze laten zien welke databronnen, filters en berekeningen ten grondslag liggen aan een advies, vergelijkbaar met de manier waarop Claude AI-tekst nu van een watermerk voorziet om herkomst inzichtelijk te maken. Daardoor blijft controle door een mens mogelijk, in plaats van dat een model ongezien een uitkomst aflevert. De teams achter de projecten zijn bovendien bewust klein gehouden: volgens Veuger kan nieuwe functionaliteit al binnen een week worden toegevoegd.

    Wat roept dit op?

    Zodra een overheid AI laat meewegen in een besluit dat een inwoner of ondernemer rechtstreeks raakt, komt de vraag naar vertrouwen om de hoek kijken. Transparantie over data en berekeningen helpt, maar lost niet automatisch op wie er verantwoordelijk is als een advies toch verkeerd uitpakt. Het verschil tussen een systeem dat meedenkt en een systeem dat meebeslist is in de praktijk soms lastig te trekken, ook al is de intentie in Winterswijk en Aalten nadrukkelijk het eerste. Diezelfde spanning tussen sneller werken en grip houden speelde eerder al bij het gebruik van AI in het Achterhoekse waterbeheer: meer data en snellere modellen zijn winst, zolang iemand de uitkomst blijft toetsen.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de gewone ondernemer?

    Voor zzp’ers en kleine ondernemers die weleens met de gemeente te maken hebben, bij een verbouwing, een nieuw bedrijfspand of een aan-huis-onderneming, kan dit concreet schelen: minder wachttijd en een onderbouwing die je kunt navragen in plaats van een kaal ja of nee. Als de aanpak zich in de regio verder verspreidt, wat volgens de betrokkenen de bedoeling is, dan verandert dit voor meer Achterhoekers hoe een vergunningaanvraag eruitziet dan nu alleen het geval is in Winterswijk en Aalten.

    Dit soort praktijkvoorbeelden van AI in de Achterhoek bespreken we ook op het congres Achterhoekse Intelligentie, op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Bekijk het programma of haal je ticket.

    Photo by Drew Walker on Unsplash

  • AI is meer dan een chatbot: 4 onverwachte toepassingen en wat een AI-agent daarin verandert

    AI is meer dan een chatbot: 4 onverwachte toepassingen en wat een AI-agent daarin verandert

    Een koe die drie dagen voordat ze ziek wordt al anders loopt. Een broodschap waarin ’s ochtends precies genoeg staat: niet te veel en niet te weinig. Geen chatbot in zicht en toch is dit AI die nu al werkt. Wie bij AI meteen aan ChatGPT denkt, mist het grootste deel van wat er inmiddels gebeurt. Tijd om in de praktische toepassingen van AI-agents te duiken!

    Wat is een AI-agent en hoe verschilt dat van een chatbot?

    Een chatbot beantwoordt een vraag. Jij typt iets, de chatbot reageert, en daarna ben jij weer aan zet om met dat antwoord iets te doen: het kopiëren naar een mail, het invoeren in een ander systeem, het doorsturen naar een collega. Een AI-agent doet dat laatste stuk erbij. Een agent krijgt een doel mee (“houd de voorraad op peil”, “plan een intakegesprek in”, “signaleer als een machine afwijkend gedrag vertoont”) en voert vervolgens zelf de stappen uit die daarvoor nodig zijn, binnen vooraf ingestelde grenzen. Geen los antwoord, maar een lopend proces dat zelf actie onderneemt en pas een mens erbij haalt als dat nodig is.

    Het verschil klinkt technisch, maar de consequentie is simpel: bij een chatbot blijf jij de schakel tussen het antwoord en de actie. Bij een agent is die schakel weggehaald. Dat maakt een agent krachtiger, maar ook iets waar je bewuster mee moet omgaan, want je geeft een stukje beslisruimte uit handen. Wil je dieper de techniek in, bijvoorbeeld hoe je zelf meerdere AI-tools laat samenwerken met tools als Make of n8n, lees dan onze praktische gids voor het bouwen van een multi-agent workflow.

    Praktische toepassingen AI-agents

    Melkveehouderij, met een Achterhoekse hoofdrol.
    Nedap is opgericht in 1929 in Amsterdam maar verhuisde in 1947 naar Groenlo, waar sindsdien het hoofdkantoor zit. Het bedrijf staat al sinds dat jaar genoteerd aan Euronext Amsterdam en is daarmee een van de tien oudste beursgenoteerde bedrijven van Nederland. Een medewerker van het bedrijf noemde Nedap ooit “een van de best bewaarde geheimen van de Achterhoek”. Nedap is al jaren bezig met AI en we lichten bij deze graag een mooie toepassing uit: Met CowControl levert Nedap een systeem dat via een sensor om de nek van de koe (SmartTag Hals) continu het vreet-, herkauw- en bewegingsgedrag meet. De software vergelijkt dat gedrag met drie dingen tegelijk: de eigen historie van die specifieke koe, het gedrag van de groep waarin ze loopt, en een algemene norm voor een gezond dier. Wijkt het gedrag af, dan krijgt de veehouder een melding, en vaak eerder dan hij het zelf zou opmerken tijdens de dagelijkse ronde. Sinds ruim tien jaar zit er AI in die software en de nieuwste stap is SmartSight: een camerasysteem dat via beeldherkenning 24 uur per dag het looppatroon van elke koe volgt en kreupelheid al in een vroeg stadium signaleert, subtieler dan het menselijk oog dat op het eerste gezicht ziet.

    Vroeger zag je veel Narrow-AI voor repeterend werk,” zei Nedap-innovatiemanager Roxie Muller daarover in vakblad Nieuwe Oogst. “Nu is met Broad-AI een bredere intelligentie beschikbaar en is beeldverwerking mogelijk. Waar een mens gemiddeld tot zeven parameters kan meewegen in een beslissing, kan AI dat ongelimiteerd.” Muller benadrukt tegelijk dat je de uitkomst van zo’n model altijd moet verifiëren voordat je erop vertrouwt: een AI-model dat overtuigend fout zit, blijft fout, hoe zeker het antwoord ook klinkt.

    Het Amsterdamse agritech-bedrijf Connecterra werkt met een vergelijkbaar principe. De sensor die zij ontwikkelden meet eveneens het loop- en liggedrag van koeien; wijkt dat af van wat normaal is voor het dier, dan is dat vaak een teken van ziekte of vruchtbaarheid, soms wel twee dagen voordat de veehouder zelf iets ziet. Volgens een studie die Connecterra zelf op een aantal melkveebedrijven liet uitvoeren, scheelde dat meer dan 50 procent aan antibioticagebruik, simpelweg omdat dieren eerder en lichter behandeld konden worden.

    Bakkerij en retail.
    Albert Heijn gebruikt sinds de zomer van 2025 een intern ontwikkelde applicatie, Bak, die per winkel en per dag voorspelt hoeveel brood er nodig is. In de tweede helft van 2025 voorkwam dat alleen al 815.000 kilo broodverspilling, aldus AH zelf. Ook kleinere bakkerijen gebruiken inmiddels vergelijkbare software (zoals Foodforecast, gekoppeld aan Marti Orbak) die verkoopdata combineert met het weer, vakanties en evenementen om de productie preciezer af te stemmen.

    Huisartsenpraktijk.
    Onderzoek van Nivel laat al jaren zien dat huisartsen een fors en groeiend deel van hun tijd kwijt zijn aan administratie, vooral aan verslaglegging na het consult. Het Nederlandse Juvoly QuickConsult, officieel getoetst door het zorgprogramma Digizo.nu en gecertificeerd volgens ISO 27001 en NEN 7510, luistert mee tijdens het gesprek en zet dat automatisch om in een gestructureerd verslag voor het dossier. De arts blijft controleren en accorderen, maar hoeft niet meer zelf te typen tijdens het gesprek.

    Werving en selectie.
    Ook hier verschuift AI van los hulpmiddel naar systeem-op-de-achtergrond: tools die cv’s automatisch screenen en kandidaten ranken, halen de eerste selectieronde terug van uren naar minuten. Onder Nederlandse recruiters gebruikt inmiddels 91 procent AI in het wervingsproces (Stand van Werven 2026), met volgens brancheonderzoek een paar uur tijdwinst per week tot gevolg. Dat soort tijdsbesparingscijfers komt meestal uit onderzoek van leveranciers of de sector zelf, dus neem de exacte getallen met een korrel zout: het onderliggende principe is het interessante deel, niet het precieze aantal uren.

    De rode draad: niet slimmer typen, maar patronen overnemen die jij niet ziet

    Wat deze vier voorbeelden delen is dat AI niet wordt ingezet om iets te schrijven, maar om iets te herkennen: een afwijking, een vraagpatroon, een herhaling, een routinehandeling. Dat is een andere manier van kijken dan “welke chatbot moet ik gebruiken voor mijn teksten”. De vraag die achter elk van deze toepassingen zit, is: waar in mijn werk zit iets dat zich herhaalt, of iets dat ik zelf niet goed kan waarnemen (een patroon in data, een afwijking over tijd, een piek in vraag)? Dat is precies het soort taak waar een agent goed in is, en waar een chatbot niet voor bedoeld is.

    Dat vraagt om een andere gewoonte: niet wachten tot er een kant-en-klare AI-tool voor jouw sector verschijnt, maar eerst kijken naar je eigen proces. Welke stap doe je elke week hetzelfde? Waar zit wachttijd, of een moment waarop je afgaat op onderbuikgevoel omdat je de data niet paraat hebt?

    Wat betekent dit voor de Achterhoek, de maakindustrie en de professional?

    Voor de Achterhoekse landbouwsector is het voorbeeld van Nedap en Connecterra direct relevant: dit soort systemen draait al op melkveebedrijven, ook in deze regio, en Nedap zelf zit met zijn hoofdkantoor gewoon in Groenlo. Voor de maakindustrie is de kern van het bakkerijvoorbeeld interessanter dan het voorbeeld zelf: vraagvoorspelling op basis van historische data en externe factoren werkt net zo goed voor onderdelen, grondstoffen of planning als voor brood.

    Voor de gewone professional, zzp’er of MKB’er zit de winst niet per se in een grote, dure oplossing. Het zit in het herkennen van het patroon: een repeterende taak, een moment van onzekerheid dat data kan wegnemen, een proces waar je zelf de schakel bent tussen twee stappen die net zo goed automatisch op elkaar konden aansluiten.

    Hoe kun jij slimmer werken?

    Er is geen lijstje met “de AI-tool voor jouw branche”. Wel is er een vraag die in elk van deze vier voorbeelden hetzelfde is: wat herhaalt zich in mijn werk, en wat zou een systeem daarin kunnen overnemen zonder dat ik de controle kwijtraak? Dat is een andere vraag dan “moet ik met AI aan de slag”, en volgens ons ook een nuttigere.

    Wil je hier verder induiken met andere ondernemers en professionals uit de regio en leren hoe jij slimmer kunt werken? Op Achterhoekse Intelligentie, het AI-event op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde, praten we over wat AI in de praktijk betekent voor bedrijven hier. Bekijk de tickets.

    Bronnen: Nedap.com (bedrijfsgeschiedenis), Nedap CowControl (nedap-livestockmanagement.com), Nieuwe Oogst, 8 juni 2026 (interview met innovatiemanager Roxie Muller, “Beeldherkenning stuwt AI in de melkveehouderij”), Onverwachte Hoek, 2022 (regionaal profiel, citaat Sjoerd Wopereis), Connecterra/Change Inc., 2020 (koeiendata en antibioticagebruik, cijfer uit een door Connecterra zelf uitgevoerde studie), RetailDetail NL, 4 mei 2026 (Albert Heijn/Bak, rechtstreeks bij de bron geverifieerd), Bakkerswereld (Foodforecast), Nivel-onderzoeksprogramma Huisartsenzorg en Digizo.nu (Juvoly QuickConsult, certificering geverifieerd bij de bron), Stand van Werven 2026 (werving en selectie).

    Photo by Daniëlle Eibrink Jansen on Unsplash

  • AI en eenzaamheid op het werk: oorzaak en oplossing tegelijk

    AI en eenzaamheid op het werk: oorzaak en oplossing tegelijk

    Wordt het eenzamer op de werkvloer door AI? Onderzoek van IT-dienstverlener Fellowmind onder 1.104 werkende Nederlanders laat een verdeeld beeld zien: meer dan de helft verwacht meer eenzaamheid, terwijl bijna evenveel mensen zeggen dat er niets verandert. Beide groepen hebben gelijk, want AI blijkt zowel oorzaak als hulpmiddel te zijn. En bij één vraag in het onderzoek slaat de uitkomst compleet om: bij creatief werk kiezen mensen het liefst voor een AI-tool, boven een collega.

    In het kort

    • Fellowmind ondervroeg 1.104 werkende Nederlanders: 62 procent gebruikt AI in het werk, meestal bij een paar taken per week, niet structureel.
    • Het onderzoek spreekt zichzelf tegen: 48 procent zegt dat samenwerking met collega’s niet verandert door AI, terwijl 54 procent verwacht dat mensen sneller eenzaam worden.
    • Wetenschappelijk onderzoek bevestigt die tegenstelling: een chatbotgesprek verlicht eenzaamheid net zo goed als een menselijk gesprek, maar wie er dagelijks lang mee praat, eindigt juist eenzamer.
    • Opvallendste uitkomst: voor creatief werk kiest 54 procent liever een AI-tool als sparringpartner dan een collega (37 procent), terwijl mensen zelf denken dat hun creativiteit er niet beter van wordt.
    • Eenzaamheid en burn-out bij werkenden waren al een aandachtspunt vóór AI: het RIVM meet 9,2 procent eenzaamheid en een stijging van burn-outklachten van 13,4 naar 20,7 procent sinds 2015.
    • Praktische tip uit het onderzoek zelf: 75 procent gebruikt AI al bewust alleen als hulpmiddel, maar slechts 28 procent investeert even bewust in persoonlijk contact.

    Wat is het Fellowmind-onderzoek?

    Fellowmind, een IT-dienstverlener die zich richt op de balans tussen mens en technologie, liet onderzoeksbureau Panelwizard in augustus 2025 een enquête uitzetten onder 1.104 werkende Nederlanders van 18 jaar en ouder. Alle respondenten werken bij organisaties met meer dan honderd medewerkers en gebruiken AI in hun werk. Het resultaat staat in het rapport “AI op de werkvloer: vriend of vijand?”, gratis te downloaden via fellowmind.nl.

    62 procent gebruikt AI inmiddels in het werk, 12 procent zelfs dagelijks. Toch blijft de inzet meestal beperkt: 81 procent van de gebruikers zet AI in bij slechts een paar taken per week, niet als vast onderdeel van de routine. Volgens Martien Merks, CCO & Regional Director bij Fellowmind, komt dat doordat mensen AI vooral privé hebben leren kennen. “Het is de taak van werkgevers om te informeren over het juiste gebruik van deze technologie”, zegt hij in het rapport.

    Wat maakt dit opvallend?

    Het meest opvallende resultaat zit in een innerlijke tegenstrijdigheid die het onderzoek zelf benoemt. Bijna de helft van de respondenten, 48 procent, denkt dat de samenwerking tussen collega’s helemaal niet verandert door AI. Tegelijk verwacht 54 procent dat mensen sneller eenzaam worden zodra AI een grotere rol krijgt, en noemt circa 40 procent AI een bedreiging voor het contact met collega’s, vooral nu er veel wordt thuisgewerkt.

    Die uitspraken kunnen niet allebei waar zijn, en dat is precies het punt. “Mensen weten nog niet goed wat eraan komt”, zegt Merks. “Je kan ook niet verwachten dat iedereen dit nu al inziet.” Wat mensen wel al aanvoelen, lijkt dus voor te lopen op wat ze bewust kunnen benoemen. Diezelfde spanning tussen wat AI overneemt en wat mensen zelf willen blijven doen, beschreven we eerder toen we AI een collega noemden.

    Toch blijft de mens nadrukkelijk aan het roer: 79 procent vindt menselijk contact belangrijker dan technologische innovatie, en 77 procent kiest een collega boven een AI-assistent als er hulp nodig is tijdens het werk. Het zijn geen mensen die AI afwijzen, want 67 procent gelooft juist dat mens en AI samen meer bereiken dan los van elkaar. Ze willen alleen niet dat de mens uit beeld verdwijnt.

    Samenwerken: bij creatief werk kiest men liever een AI dan een collega

    Eén uitkomst valt buiten dat patroon en verdient een aparte blik. Op de vraag met wie respondenten het liefst zouden samenwerken aan een creatief project, kwam een AI-tool als winnaar uit de bus: 54 procent koos de AI, tegenover 37 procent die een collega verkoos, 33 procent die liever met jong talent werkte, 30 procent die een gemengd team van mensen en AI-agents wilde en 26 procent die uitsluitend met mensen wilde samenwerken.

    Dat is opmerkelijk, want uit datzelfde onderzoek blijkt dat mensen niet bijzonder overtuigd zijn van AI als creatieve kracht. Een kwart denkt dat de eigen creativiteit door AI helemaal niet verandert, en meer mensen zeggen dat hun creativiteit er een beetje op achteruitgaat dan vooruit. Niels Waslander, AI business lead bij Fellowmind, relativeert dat in het rapport: “Het kan heel goed top 40-liedjes maken. Maar de nieuwe Michael Jackson gaat het nog niet worden.” AI herkent patronen in bestaande bouwstenen, maar het bedenken van iets werkelijk nieuws blijft voorlopig mensenwerk.

    Toch kiezen mensen de AI als sparringpartner. Een verklaring die het rapport zelf niet expliciet geeft, maar die goed aansluit bij de andere uitkomsten: een AI-tool oordeelt niet over een half uitgewerkt idee, is altijd beschikbaar en vraagt geen sociale afweging over wie het idee straks mag claimen. Waar een collega tijd, geduld en een beetje kwetsbaarheid vraagt, geeft AI meteen antwoord zonder gêne. Dat maakt het misschien niet de betere creatieve partner, maar wel de makkelijkere.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de zzp’er?

    Eenzaamheid op het werk is geen nieuw thema, ook los van AI. Uit de Monitor Mentale Gezondheid van het RIVM blijkt dat 9,2 procent van de werkenden in Nederland zich eenzaam voelt en dat burn-outklachten bij werknemers zijn opgelopen van 13,4 procent in 2015 naar 20,7 procent in 2025. Bij zelfstandigen ligt dat cijfer op 11,8 procent. AI komt dus niet bovenop een lege plek, maar bovenop een thema dat al onder druk staat, wat ook aansluit bij de bredere AI-paradox op de arbeidsmarkt die we eerder beschreven.

    Voor zzp’ers en kleine teams in de Achterhoek is dat relevant, ongeacht branche. Wie toch al veel alleen werkt, mist misschien minder aan menselijk contact als AI een deel van het werk overneemt, simpelweg omdat er al weinig collega’s waren om te missen. Maar voor wie juist afhankelijk is van korte contactmomenten met opdrachtgevers, netwerkbijeenkomsten of een enkele collega, kan diezelfde verschuiving harder aankomen. De voorkeur voor AI als creatieve sparringpartner is voor deze groep misschien wel het meest herkenbaar: een zzp’er zonder team heeft toch al niemand om twee uur ’s avonds even een conceptidee aan voor te leggen. Een AI-tool vult dan een gat dat er sowieso al was, eerder dan dat het een bestaand contact vervangt.

    Vijf dingen die je zelf kunt doen

    Fellowmind vroeg respondenten ook hoe zij zelf de menselijke balans bewaken bij het gebruik van AI. Hun antwoorden zijn een praktische leidraad.

    • Gebruik AI als hulpmiddel, niet als vervanging van eigen denken. Driekwart van de respondenten doet dit al bewust.
    • Houd ruimte voor gevoel, intuïtie en gezond verstand, ook als AI een sluitend antwoord geeft.
    • Investeer bewust in persoonlijk contact. Slechts 28 procent doet dit actief, terwijl het als tegenwicht juist goed werkt.
    • Stel kritische vragen bij AI-advies. Nog geen derde doet dit regelmatig, terwijl het volgens het onderzoek de belangrijkste vaardigheid is.
    • Trek een grens. 60 procent van de respondenten geeft aan niet meer met AI te willen werken zodra het écht ten koste gaat van contact met anderen. Die grens mag je voor jezelf net zo hard trekken.

    Geen antwoord, wel een richting

    AI maakt niemand per definitie eenzamer, en niemand per definitie minder eenzaam. Het hangt af van hoeveel ruimte je het geeft, en van wat je ervoor laat staan. Dat gesprek voeren we ook op 25 september tijdens Achterhoekse Intelligentie in Lichtenvoorde. Bekijk het programma of bestel een ticket.

    Foto door Blake Wisz – Unsplash

  • Claude zet een watermerk op AI-tekst: wat betekent dat?

    Claude zet een watermerk op AI-tekst: wat betekent dat?

    Elke tekst die Claude vanaf nu schrijft, draagt een watermerk dat niemand kan zien. Anthropic verwerkt het sinds deze week standaard in AI-gegenereerde tekst (van nieuwe modellen), naar aanleiding van een Europese gedragscode maar toegepast op elk gebruik wereldwijd, niet alleen binnen de EU. Wat betekent dat watermerk voor mensen die Claude dagelijks in hun werk gebruiken?

    Wat is het watermerk dat Anthropic nu invoert?

    Anthropic heeft de gedragscode over transparantie van AI-gegenereerde content ondertekend, onderdeel van artikel 50 van de Europese AI Act. Alle Claude-modellen die vanaf 2 augustus 2026 zijn uitgebracht, verwerken sindsdien standaard een statistisch watermerk in gegenereerde tekst: onzichtbaar voor de lezer, zonder invloed op betekenis of leesbaarheid, verweven in de manier waarop het model woorden kiest. Bestanden die Claude maakt, zoals afbeeldingen, krijgen daarnaast gesigneerde herkomstmetadata volgens de C2PA-standaard, dezelfde standaard die ook elders in de sector gebruikt wordt. Voor oudere modellen werkt Anthropic nog aan een vergelijkbare oplossing, binnen de overgangstermijn die de wet toestaat. De maatregel geldt niet alleen in de EU: Anthropic past het toe op elk gebruik van Claude wereldwijd, inclusief via cloudpartners als AWS, Google Cloud en Microsoft Foundry.

    Wat maakt deze stap opvallend?

    Anthropic is een van de eerste grote AI-bedrijven die dit soort merking daadwerkelijk uitrolt, niet alleen aankondigt. Google, Meta, Microsoft, OpenAI en enkele kleinere spelers hebben dezelfde Europese gedragscode ondertekend, dus vergelijkbare stappen van hen liggen voor de hand. Ook buiten de grote taalmodellen is de beweging zichtbaar: muziekplatform Suno kondigde vorige week aan nummers te gaan merken na een reeks rechtszaken, en nieuwsbriefdienst Substack werkt inmiddels samen met detectiebedrijf Pangram om AI-geschreven nieuwsbrieven te signaleren. Opvallend is ook wat er nog ontbreekt: de technische documentatie waarmee gebruikers en derden het watermerk zelf kunnen controleren, moet nog verschijnen. De belofte is dus al gedaan, het gereedschap om hem te checken nog niet.

    Wat roept dit op over vertrouwen en bewijs?

    Anthropic is zelf opvallend eerlijk over de grenzen van de methode. Een gevonden watermerk bewijst alleen dat Claude de tekst heeft verwerkt, niet dat Claude de tekst heeft bedacht: iemand die een zelfgeschreven stuk laat proeflezen of vertalen door Claude, krijgt mogelijk ook een gemerkte tekst terug. En het ontbreken van een merk bewijst evenmin iets, want een ouder model, stevig herschreven tekst, een kort fragment of een omzetting naar een ander bestandsformaat kan het signaal al laten verdwijnen. Techsite The Register wijst er daarnaast op dat watermerken in afbeeldingen al eerder omzeild bleken, en dat er losstaande hulpmiddelen bestaan om C2PA-metadata te verwijderen. Het watermerk is dus een aanwijzing, geen bewijsstuk. Dat past bij een bredere vraag die AI-gebruik oproept: kunnen we straks nog vaststellen wat door een mens en wat door een machine is gemaakt, en hoeveel gewicht moet zo’n aanwijzing dan krijgen.

    Wat betekent dit voor de Achterhoekse ondernemer en professional?

    Voor wie AI gebruikt bij offertes, klantmails, website- of social media-teksten, verandert dit in de praktijk weinig. Het onzichtbare watermerk is iets tussen jouw tekstverwerker en de servers van Anthropic, geen vervanging van je eigen verantwoordelijkheid. De transparantieplicht die op 2 augustus 2026 inging, en die bepaalt wanneer je zelf moet aangeven dat content met AI is gemaakt, blijft gewoon bestaan naast dit technische watermerk. Sterker nog: het watermerk is precies het soort fundament waarop zo’n labelplicht ooit steunt, maar het is nu nog geen instrument waarmee een klant, een toezichthouder of een concurrent zelf kan controleren of jouw tekst met AI is gemaakt. Voor een zzp’er, een adviesbureau of een productiebedrijf dat teksten van leveranciers of freelancers ontvangt, geldt hetzelfde: een ontbrekend watermerk is geen garantie dat er geen AI aan te pas kwam.

    Het AI watermerk in de praktijk

    Het is een interessante ontwikkeling die wij hier zien en een stap richting meer transparant gebruik van AI. Het is interessant om na te denken over de toekomst en hoe we de transparantie dan willen zien. Daaropvolgend: wat doet het voor je merk als overal te zien is dat je AI hebt gebruikt? In de nuchtere Achterhoek kan dit mogelijk ook in je nadeel werken. Het blijft belangrijk om goed te bedenken voor welke processen en output je AI wél zinnig kunt gebruiken en bij welke juist jouw unieke insteek meerwaarde heeft. Marloes gaat het tijdens ons evenement precies daarover hebben: hoe zet je het zinnig in.

    Zoek de verbinding

    Een watermerk dat je niet kunt zien en dat nog niet te controleren is, lost het vertrouwensvraagstuk niet meteen op. Het is wel een signaal dat de grote AI-bedrijven, deels onder Europese druk, stap voor stap gereedschap bouwen om herkomst zichtbaar te maken, ook als dat gereedschap nu nog kraakt in de randen. Diezelfde vraag, wat vertrouwen en controle over AI in de praktijk betekenen, komt breder terug zodra AI niet meer alleen tekst schrijft maar ook taken overneemt. Op 25 september bespreken we dit soort ontwikkelingen tijdens Achterhoekse Intelligentie in Lichtenvoorde. Zien we je daar?

  • Drie Nederlandse AI-podcasts om te volgen

    Drie Nederlandse AI-podcasts om te volgen

    Wie het AI-nieuws wil bijhouden maar geen tijd heeft om te lezen, kan net zo goed luisteren. Nederland heeft inmiddels een handvol AI-podcasts die wekelijks of maandelijks de grootste ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie bespreken. Dit artikel zet er drie op een rij: AI Report, AI je nieuwe collega en Toekomstbeelden.

    Wat is er te kiezen aan Nederlandse AI-podcasts?

    Het aanbod is de laatste jaren gegroeid van een handjevol tot tientallen. Sommige zijn wekelijkse nieuwsduiding, andere zijn diepte-interviews met onderzoekers, weer andere zijn vooral verkapte reclame voor het platform van de gastheer. Wie eenmaal weet welk type bij zijn werkdag past, hoeft niet meer bij elke nieuwe aflevering opnieuw te beslissen of het de moeite waard is. Voor wie liever leest, zetten we vijf schriftelijke bronnen al eerder op een rij, met journalist Remy Gieling als eerste naam op die lijst. Hij komt op 25 september ook zelf spreken tijdens Achterhoekse Intelligentie in Lichtenvoorde: een unieke kans voor een zeer inhoudelijke deepdive met één van de AI experts van Nederland.

    Wat maakt deze drie de moeite waard?

    AI Report, gemaakt door Alexander Klöpping en Wietse Hage, verschijnt wekelijks en behandelt het AI-nieuws van dat moment. De makers positioneren zich uitdrukkelijk tegen opgeklopt nieuws en onnodig jargon, en dat is in de afleveringen ook terug te horen: uitleg eerst, mening later. Leuk is de interactie tussen de twee: Alexander is vaak enthousiast en test alles en Wietse geeft wat meer het conservatieve veiligheidsstandpunt en doordachte overwegingen.

    AI, je nieuwe collega werkt anders. Guido van Winden, journalist Milou Brand en AI-expert Wouter van Haaften pakken per aflevering een concreet werkprobleem, groot of klein, en laten zien hoe ze dat met AI oplossen. Minder nieuws, meer een kijkje in hoe iemand anders het echt aanpakt. Leerzaam!

    Toekomstbeelden, van futurist Peter Joosten en wetenschapsjournalist Susan Dullink, kijkt het breedst. Niet elke aflevering gaat over AI, maar wel steeds over wat technologie doet met werk, organisaties en de manier waarop we samenleven. Nuttig voor wie de losse berichten van de week wil kunnen plaatsen in een groter verhaal.

    Wat roept luisteren op, dat lezen niet doet?

    Een artikel lees je actief, of je laat het liggen. Een podcast loopt door terwijl je iets anders doet, en dat verandert wat blijft hangen. Waar een tekst vraagt om aandacht, sluipt een goed gesprek binnen tijdens een rit die je toch al maakt. Het risico is dat je minder kritisch luistert dan je zou lezen, vooral bij makers die zelf ook iets verkopen. Geen van de drie hierboven doet dat opvallend, maar het is wel iets om in het achterhoofd te houden bij elke podcast die ineens heel enthousiast is over een tool. Vaak worden advertenties gelukkig duidelijk aangegeven.

    Wat betekent dit voor de Achterhoekse professional en zzp’er?

    De Achterhoek is groot en dunbevolkt genoeg dat rijtijd een reëel deel van de werkdag is. Een installatiemonteur die van Winterswijk naar Doetinchem rijdt, een boekhouder die drie klanten op een ochtend langsgaat, een zzp’er in de zorg die tussen adressen in zit: voor hen is de auto vaak de enige plek waar bijblijven past zonder dat het ergens anders vanaf gaat. Dat geldt net zo goed voor iemand in de maakindustrie als voor een adviseur, een aannemer of een freelance ontwerper. Een podcast is dan geen luxe, maar de meest praktische vorm van bijscholing die er is. Wie serieus met AI aan de slag wil zonder in de eerste maand al moe te worden van alle berichten erover, kan bij het kiezen van een podcast dezelfde vraag stellen als bij het doorlopen van de eigen AI-leercurve: waar sta ik nu en wat heb ik deze maand echt nodig om te weten?

    Hét AI event van de Achterhoek

    Er is geen podcast die alles dekt, en dat hoeft ook niet. Wie het nieuws wil volgen begint bij AI Report, wie wil zien hoe een concreet probleem wordt opgelost begint bij AI, je nieuwe collega, en wie de grotere lijn wil begrijpen begint bij Toekomstbeelden. Voor de meeste mensen is een vaste gewoonte genoeg om niet achterop te raken. Diezelfde nuchtere blik staat centraal op 25 september, als Remy Gieling zelf op het podium staat tijdens Achterhoekse Intelligentie in Lichtenvoorde. Bekijk het programma of bestel een ticket.

  • Droogte in de Achterhoek: kan AI het waterbeheer slimmer maken?

    Droogte in de Achterhoek: kan AI het waterbeheer slimmer maken?

    De droogte in de Achterhoek is dit jaar tastbaar. Sinds 16 juli geldt een onttrekkingsverbod van Waterschap Rijn en IJssel voor de hele regio, en landelijk is opgeschaald naar een feitelijk watertekort. Tegelijk wordt er volop gewerkt aan slimmer waterbeheer, en daar speelt AI een groeiende rol. In dit artikel kijken we wat AI in waterbeheer kan betekenen voor de Achterhoek, en waar de grenzen liggen.

    Wat is er aan de hand?

    De rivierafvoeren zijn historisch laag en de watervraag is door de warme zomer hoog, meldt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling schaalde daarom op 16 juli op van dreigend naar feitelijk watertekort. Voor de Achterhoek betekent dat concreet: een verbod op het onttrekken van oppervlaktewater voor inwoners, bedrijven en boeren. De zandgronden in onze regio zijn extra kwetsbaar, omdat er geen grote rivier is die water aanvoert. Wat er valt, moet worden vastgehouden.

    Wat maakt dit opvallend?

    Droogte is in de Achterhoek geen incident meer, maar een structureel vraagstuk. De provincie rekent voor dat de regio jaarlijks zo’n 150 miljoen kubieke meter extra water zou moeten vasthouden om droogtebestendig te worden. Daar werkt een samenwerkingsprogramma van 22 partijen aan. Opvallend is hoe digitaal dat werk aan het worden is. Waterschappen experimenteren met sensoren die waterpeil en bodemvocht continu meten, met stuwen die automatisch reageren op voorspellingen, en met AI-modellen die inschatten waar water het hardst nodig is. Kennisinstituut STOWA publiceerde er onderzoek over onder de titel AI aan zet in het waterbeheer.

    Wat roept dit op?

    Er zit een ongemakkelijke dubbelheid in dit verhaal. AI kan helpen om water slimmer te verdelen, maar de datacenters achter diezelfde AI verbruiken zelf stroom en koelwater. Wie AI aandraagt als oplossing voor droogte, moet ook eerlijk zijn over die rekening. We schreven eerder over het groeiende stroomverbruik van AI-datacenters en wat dat betekent voor de Achterhoek. Daarnaast is er de vraag wie er beslist als een algoritme adviseert. Als een model zegt dat de stuw bij het ene weiland dicht moet en bij het andere open, dan is dat geen neutrale rekensom. Dat is een verdelingsvraag, en die hoort bij mensen te blijven liggen.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek?

    Voor boeren en tuinders is de praktische belofte het grootst: bodemvochtsensoren en voorspellende modellen kunnen beregening gerichter maken, zodat elke kuub water meer oplevert. Voor gemeenten en het waterschap gaat het om beter sturen op vasthouden in plaats van afvoeren. En voor de maakindustrie en het mkb is water een stille risicofactor die tot nu toe weinig aandacht kreeg: koelwater, proceswater, vergunningen. Wie nu al meet en registreert, staat er bij een volgend droog jaar beter voor. De regio heeft bovendien laten zien dat ze zelf kan bouwen aan digitale oplossingen, zoals de vier ondernemers uit Winterswijk die een AI-collega voor monteurs ontwikkelden. Die nuchtere, praktische aanpak past ook bij het watervraagstuk.

    Geen antwoord, wel een richting

    AI gaat de droogte in de Achterhoek niet oplossen. Sensoren en modellen kunnen wel helpen om schaars water eerlijker en slimmer te verdelen, mits de afwegingen bij mensen blijven en de digitale rekening eerlijk wordt meegeteld. De regio die water leert vasthouden, kan ook kennis leren vasthouden. Waar zou AI in jouw omgeving het verschil kunnen maken: op het land, in de fabriek, of toch gewoon op kantoor?

    Wil je hierover doorpraten met andere professionals uit de regio? Op 25 september 2026 vindt Achterhoekse Intelligentie plaats in NYC Lichtenvoorde. Tickets zijn beschikbaar.

  • Stroomverbruik van AI-datacenters groeit hard: wat betekent dat voor de Achterhoek?

    Stroomverbruik van AI-datacenters groeit hard: wat betekent dat voor de Achterhoek?

    Het stroomverbruik van AI-datacenters stijgt hard. Volgens CBS-cijfers verbruikten Nederlandse datacenters in 2024 zo’n 4,6 procent van het totale elektriciteitsverbruik, en Reuters meldt dat dit aandeel richting 2030 kan oplopen naar circa 15 procent, een verdrievoudiging. Voor de Achterhoek, waar bedrijven nu al wachten op een zwaardere netaansluiting, is dat geen ver-van-mijn-bed-verhaal maar een verdelingsvraagstuk.

    Wat is er aan de hand met AI en datacenters?

    Kredietverzekeraar Allianz Trade publiceerde begin juli een rapport over de voetafdruk van datacenters. De cijfers zijn fors. De wereldwijde elektriciteitsvraag van datacenters steeg in 2025 tot ongeveer 515 terawattuur, vooral door de opkomst van AI. De CO2-uitstoot kwam uit op naar schatting 286 megaton, 57 procent hoger dan eerdere schattingen van het Internationaal Energieagentschap. Zonder verdere verduurzaming verdubbelt die uitstoot ruim, naar 643 megaton in 2030.

    Nederland speelt in dit verhaal een bijzondere rol. De datacenterdichtheid hoort hier tot de hoogste ter wereld. Kredietverzekeraar Allianz Trade schat het huidige aandeel van datacenters in het Nederlandse stroomverbruik zelfs op 7 procent, iets hoger dan het CBS-cijfer van 4,6 procent, wat vooral laat zien hoe snel dit soort schattingen inmiddels veroudert. Er is nog een kant die minder aandacht krijgt: water. Wereldwijd verbruikten datacenters in 2025 naar schatting 814 miljard liter, in Nederland zo’n 10,8 miljard liter per jaar, grotendeels via elektriciteitsopwekking en koeling.

    Wat maakt dit opvallend?

    Niet dat AI stroom kost, dat wisten we al. Opvallend is het tempo waarmee de groei tegen fysieke grenzen aanloopt. Een vergunning voor een nieuw datacenter duurde in 2016 gemiddeld tien weken, in 2026 is dat gemiddeld 4,5 jaar, blijkt uit het rapport State of the Dutch Data Centers 2026 van de Dutch Data Center Association. Netcongestie speelt inmiddels in vrijwel alle regio’s van Nederland, al zijn datacenters daar volgens datzelfde rapport niet de hoofdoorzaak van: industriële elektrificatie, hernieuwbare energieopwekking, waterstofproductie en energieopslag drukken minstens zo hard op het net. Wel draagt de snelle groei van de sector bij aan de druk. En terwijl de vraag naar rekenkracht sneller groeit dan ooit, meldt Reuters dat het aandeel van datacenters in ons nationale stroomverbruik richting 2030 kan oplopen tot zo’n 15 procent, tegen ruim 4,6 procent nu. De beperkende factor is niet langer de vraag, maar wat het net aankan.

    Wat roept dit op?

    De onderliggende vraag is een verdelingsvraag. Netruimte is schaars, en om diezelfde ruimte concurreren de fabriek die wil elektrificeren, de woonwijk met warmtepompen en het datacenter dat AI draait. Wie krijgt voorrang, en wie bepaalt dat?

    Daar komt iets ongemakkelijks bij: digitale consumptie voelt gewichtloos. Een AI-antwoord lijkt gratis en verschijnt in een seconde, terwijl er ergens een hal vol servers voor draait. De kosten zijn er wel, maar iemand anders lijkt ze te dragen. Dat is dezelfde blinde vlek die opduikt in de persoonlijke AI-hype cyclus van professionals: hoe vertrouwder iets aanvoelt, hoe minder je erbij stilstaat wat er achter zit.

    Tegelijk verdient de andere kant van het verhaal een eerlijke plek. De datacentersector stelt dat flexibele datacenters het overbelaste net juist kunnen ontlasten, door mee te bewegen met het aanbod van stroom. En Allianz Trade rekent voor dat er met slimme inzet van AI, denk aan betere sturing van elektriciteitsnetten en minder verspilling in industriële processen, per saldo meer uitstoot te besparen valt dan de infrastructuur zelf veroorzaakt. Dat is geen gekke redenering, maar het is vooralsnog een belofte. Het bewijs moet in de praktijk geleverd worden.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek, de maakindustrie en de professional?

    Netcongestie is in deze regio al dagelijkse realiteit. Bedrijven die willen uitbreiden, elektrificeren of terugleveren staan op wachtlijsten bij de netbeheerder. De energiehonger van AI maakt die schaarste niet kleiner.

    Voor de individuele professional is de nuchtere boodschap: jouw prompts zijn het probleem niet. Het verschil zit op systeemniveau, en de grote knoppen zitten bij overheden, netbeheerders en de bouwers van deze technologie. Bewust omgaan met AI blijft zinnig, maar schuldgevoel per zoekopdracht is nergens voor nodig. Die beweging naar meer zichtbaarheid zien we breder terug, bijvoorbeeld in de transparantieplicht uit de AI Act die per 2 augustus ingaat: ook daar gaat het om onzichtbare kanten van AI alsnog zichtbaar maken.

    Voor de maakindustrie is er een interessantere kant: energieflexibiliteit wordt handelswaar. Wie zijn verbruik slim kan sturen, bijvoorbeeld door productieprocessen te verschuiven naar momenten met veel aanbod, staat er de komende jaren beter voor. En juist daar kan AI een gereedschap zijn in plaats van een concurrent om stroom.

    Geen antwoord, wel een richting

    De groei van AI en de grenzen van ons stroomnet komen de komende jaren hoe dan ook met elkaar in aanraking, en de Achterhoek zit met haar maakindustrie en volle netten vooraan bij dat gesprek. De richting is niet minder AI, maar eerlijker rekenen: de kosten van rekenkracht zichtbaar maken en meewegen, net als bij elke andere grondstof. De vraag die blijft: als netruimte schaars is, wat verdient dan voorrang, de fabriek, de woonwijk of het datacenter?

    Over de plek van AI in de regio, inclusief de vragen waar nog geen pasklaar antwoord op is, gaat het ook tijdens Achterhoekse Intelligentie op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Bekijk het programma of de tickets.

  • Netwerken voor zzp’ers en mkb in de Achterhoek: waar vind je kennis, en waar staat AI al op het programma?

    Netwerken voor zzp’ers en mkb in de Achterhoek: waar vind je kennis, en waar staat AI al op het programma?

    Een paar maanden geleden zaten we als team van Achterhoek.ai aan tafel en kwamen we bij hetzelfde punt uit. Waar ga je in de Achterhoek naartoe als je een dag lang echt de diepte in wilt op AI, met een spreker van het kaliber van Remy Gieling? We hadden er onafhankelijk van elkaar naar gezocht en waren allebei niet ver gekomen. Dat gedeelde gemis is een van de redenen dat dit team is ontstaan.

    Toen we daarna gingen uitzoeken wat er in de regio wél is, viel ons vooral één ding op: het verschil tussen mkb en zzp. Voor bedrijven met personeel is er behoorlijk veel, van een regionale AI-organisatie met universiteiten erachter tot startersbegeleiding en bestuurlijke netwerken. Voor de zelfstandige zonder personeel is het aanbod dunner, en dan vooral gericht op een werkplek en informeel contact in plaats van op inhoudelijke verdieping.

    Wat levert een netwerk of kennisdag je concreet op als zzp’er?

    Eerst iets over de waarom-vraag, want een dag weg van je werk is voor een zzp’er nooit gratis: geen omzet, wel kosten. Dan wil je weten wat het oplevert.

    Het meest praktische argument is het bekendste. KVK stelt het onomwonden: ondernemers vinden nieuwe opdrachten vooral via netwerken. Voor wie zonder salesafdeling werkt, is het netwerk feitelijk de verkoopafdeling. Dat is geen nieuw inzicht, maar het verklaart wel waarom een middag met honderdvijftig vakgenoten zakelijk zelden verspilde tijd is.

    Bij AI komt daar iets bij. Dirk van Schaijk, manager bij MKB Datalab-Oost, het praktische loket van AI-hub Oost-Nederland waar we hieronder op terugkomen, zegt hierover: “1 op de 5 mkb-ers gebruikt AI en zegt er wekelijks 12 uur mee te besparen. Er is zoveel meer mogelijk met AI binnen mkb dan er nu al gebeurt.” Twaalf uur per week is voor een zzp’er ruim anderhalve werkdag. Let ook op het eerste deel van die uitspraak: het gaat om één op de vijf. Bij de andere vier blijft die tijdwinst dus liggen.

    Dat is precies waar een netwerk iets doet wat een handleiding niet kan. Je ziet wat een ander in de praktijk heeft gebouwd, inclusief de dingen die niet werkten. In welke fase van je eigen AI-hypecyclus je zit merk je vaak pas als je het naast dat van iemand anders legt. En het combineren van verschillende AI-tools om elkaars fouten op te vangen is een aanpak die je sneller oppikt van een vakgenoot dan van een blog. Als je alleen werkt, is er niemand die meekijkt voordat je iets naar een klant stuurt. Een netwerk is de goedkoopste manier om dat toch te organiseren.

    AI-hub Oost-Nederland: waar de inhoudelijke diepgang zit

    Van alle partijen in dit overzicht biedt deze de meeste AI-inhoud, en dat is precies de reden dat we ermee beginnen.

    AI-hub Oost-Nederland is een samenwerkingsverband van ondernemers, kennisinstellingen en overheden in Gelderland en Overijssel, gericht op mensgerichte AI-toepassingen. De schaal is aanzienlijk: 1.100 AI-wetenschappers, meer dan 350 mkb-ondernemingen die met AI werken en meer dan 65 AI-startups zijn aangesloten. De hub werkt met vijf thema-werkgroepen, waaronder Industrie, Energie en Gezondheidszorg, is partner van de NL AIC en maakt deel uit van een landelijk netwerk van zeven regionale AI-hubs. Onder de partners zitten Oost NL, provincie Gelderland, Saxion, de HAN, Radboud Universiteit en Universiteit Twente.

    Belangrijk voor deze doelgroep: de hub zegt expliciet dat ze er is voor ondernemers die al volop met AI bezig zijn én voor wie zich nog aan het oriënteren is. Je hoeft dus geen datascientist in dienst te hebben om aan te kloppen.

    Het meest concrete onderdeel is MKB Datalab-Oost, een initiatief van Radboud Universiteit en Universiteit Twente. Daar kun je op drie manieren terecht. Een project: een student AI of Data Science werkt zes tot tien weken aan een vraagstuk uit jouw bedrijf, tegen een studententarief, onder begeleiding van een universitair docent. Een Data Buddy: een student komt een week bij je op locatie om in kaart te brengen hoe data-gereed je bedrijf is en welke AI-kansen er liggen, met een uitgewerkt projectvoorstel als eindresultaat. Of een masterclass AI for Business, die meerdere keren per jaar wordt aangeboden. Het datalab werkt zonder winstoogmerk en rekent studententarieven, dus de drempel is een stuk lager dan bij een commercieel adviestraject.

    Daarnaast houdt de hub een agenda bij met AI-evenementen in de regio en daarbuiten. Dit najaar staan er onder meer DevPulse in Zwolle (3 september), een Werkplaats AI Inspiratietraject (10 september), Campus Café Hands-on humanoids in Enschede (22 september) en Schrijven met AI in Nijmegen (16 oktober) op de kalender. Landelijk organiseert AIC4NL op 14 april 2026 het Nederlandse AI-Congres in DeFabrique in Utrecht.

    Voor wie is dit? Voor de mkb’er of ambitieuze zzp’er die een concreet vraagstuk heeft en niet alleen wil praten maar iets wil bouwen of onderzoeken. Met universiteiten aan boord zit de technische diepgang hier het hoogst van alle partijen in dit overzicht.

    Lokalen, Lichtenvoorde: thuisbasis voor creatieve ondernemers

    Lokalen zit in een voormalig schoolgebouw aan de Frans Halsstraat en verhuurt werkplekken, vergaderruimte en een workshopruimte. Maar het feitelijke aanbod is de gemeenschap: een vaste groep aangesloten ondernemers, van cyberhulpverlener tot videomaker en webdeveloper. Zoals ze het zelf verwoorden: je krijgt het netwerk, de kansen, de ideeën, het klankbord, de collega’s en de humor, zonder je eigenheid te verliezen. Er worden regelmatig events georganiseerd. Sinds mei 2025 heeft ook SmartHub Incubator Industry een vestiging in Lichtenvoorde, op het voormalige Vitelco/Hulshof Herwalt terrein.

    Flox, Doetinchem: flexwerken en netwerken voor zelfstandigen

    Flox noemt zichzelf het Achterhoekse ondernemerscentrum: professionals die samen flexwerken en elkaar helpen in business, kennis delen en van elkaar leren. Het is opgericht in 2018 door Ronald Treijtel, sinds 2022 samen met Jan Helmink, en zit aan de Koopmanslaan in Doetinchem. Naast werkplekken profileert Flox zich als dienstverlenend collectief: voor vraagstukken van regionale bedrijven kan een team van aangesloten professionals worden samengesteld. Er zijn verschillende abonnementsvormen, van parttime en fulltime flexwerken tot een arrangement voor wie de afgelopen twee jaar is gestart.

    Voor wie is dit? Voor de zzp’er rond Doetinchem die structuur en collega’s zoekt, en voor wie het interessant is om via een collectief aan grotere regionale opdrachten te komen. Een vast AI-programma vonden we niet terug, maar juist de kleinschalige, terugkerende vorm van dit soort netwerken leent zich er goed voor. Wie AI op de agenda wil, kan het daar waarschijnlijk gewoon voorstellen.

    VNO-NCW Achterhoek: schaal en bestuurlijke lijnen

    VNO-NCW Midden regio Achterhoek richt zich op belangenbehartiging en lobby voor werkgevers, met events voor leden rond thema’s als arbeidsmarkt, energie en innovatie. Het regiobestuur staat onder voorzitterschap van Carolien Nijhuis. VNO is vooral voor werkgevers en grotere mkb-bedrijven met personeel, die invloed willen op regionale dossiers en toegang tot bestuurlijke lijnen zoeken. Als zzp’er zonder personeel zit je hier minder snel aan tafel.

    IDG Achterhoek Community Hub: de menselijke kant

    Nog een aanvulling van een andere orde. De IDG Achterhoek Community Hub organiseert maandelijkse bijeenkomsten rond de Inner Development Goals: persoonlijke ontwikkeling als voorwaarde voor duurzame verandering, met deelnemers uit onderwijs, HR, overheid en ondernemerschap. De hub zat jaren bij Lokalen in Lichtenvoorde en is sinds de zomer van 2026 te vinden in De Toltuin in Beltrum, dus check het actuele adres voordat je gaat.

    Voor wie is dit? Voor wie merkt dat de vragen rond technologie uiteindelijk over mensen gaan. Geen AI-technologie dus, maar wel het gesprek dat daar vaak achter zit.

    Hoe kies je hieruit?

    Grofweg drie routes, afhankelijk van wat je nu nodig hebt. Wil je een concreet AI-vraagstuk aanpakken, dan is MKB Datalab-Oost via AI-hub Oost-Nederland het meest directe adres. Wil je vooral niet meer alleen werken en dagelijks kunnen sparren, dan zijn Lokalen of Flox logischer, afhankelijk van waar je zit. Niets verplicht je tot één keuze: de meeste ondernemers die we spreken combineren een werkplek voor de dagelijkse omgang met gerichte kennissessies voor de diepte.

    Terug naar waar we begonnen. Wat in dit overzicht opvalt, is dat de diepgang vooral is ondergebracht bij partijen die zich op ondernemingen met personeel richten, en dat het aanbod voor de zelfstandige zit in werkplek en verbinding. Wie als eenpitter een dag lang inhoudelijk de diepte in wil, komt dus sneller uit bij een programma dat niet primair voor hem is ontworpen, of blijft thuis.

    Dat is precies wat we met Achterhoekse Intelligentie op 25 september proberen te veranderen: een dag waarop verdieping en netwerk wél samenvallen, in de eigen regio, met sprekers die verder gaan dan de introductie, en toegankelijk of je nu vijftig mensen in dienst hebt of alleen jezelf. Bekijk het programma of de tickets.

    En het mooiste zou zijn als dit overzicht incompleet blijkt. Bij welk netwerk kom jij en wat missen wij hier nog?

  • AI-content en chatbots labelen: deze regels gaan 2 augustus 2026 in

    AI-content en chatbots labelen: deze regels gaan 2 augustus 2026 in

    Vanaf zondag 2 augustus 2026 gelden de transparantieregels van de EU AI Act. De kern voor zzp’ers en mkb’ers: een chatbot moet melden dat het AI is, realistisch AI-beeld en AI-video krijgen een label, en de meeste gewone AI-teksten hoeven juist niet gelabeld te worden. Wie weet waar hij op moet letten, is er in een middag mee klaar. Maar, als je verder denkt zijn er toch wat haken en ogen.

    AI Act transparantieplicht: wat gaat er op 2 augustus 2026 in?

    Artikel 50 van de EU AI Act legt twee hoofdverplichtingen op. Ten eerste moet duidelijk zijn wanneer iemand met een machine praat. Een chatbot op je website of een AI-assistent die klanten belt, moet dat aan het begin van het gesprek melden, tenzij het voor een normaal oplettend persoon al overduidelijk is. Ten tweede moet AI-gegenereerde inhoud herkenbaar zijn: realistisch ogend maar kunstmatig beeld, geluid of video, de zogeheten deepfakes, moet expliciet als AI gelabeld worden. Dat geldt ook voor AI-teksten die het publiek informeren over zaken van algemeen belang.

    Op dezelfde datum gebeurt er iets dat minder aandacht krijgt: de Europese Commissie krijgt vanaf 2 augustus de bevoegdheid om de regels voor aanbieders van grote, algemene AI-modellen te handhaven en te beboeten. Boetes kunnen oplopen tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet. Die handhaving richt zich op partijen als OpenAI, Anthropic en Google, niet op het mkb dat hun modellen gebruikt.

    AI-content labelen

    Vooral hoeveel kleiner de labelplicht is dan veel ondernemers denken. Een offerte, blog of productbeschrijving die je met AI schreef en zelf redigeerde, hoeft doorgaans geen label. De plicht zit bij wat mensen kan misleiden: een chatbot die voor een mens kan doorgaan, en beeld of video die echt lijkt maar het niet is. Voor het watermerken van AI-content door bestaande systemen geldt bovendien een uitloop tot december 2026.

    Tegelijk is de symboliek groot. Vanaf volgende week is eerlijkheid over machines geen fatsoensnorm meer, maar een wettelijke plicht. En terwijl het mkb een meldingszinnetje aan de chatbot toevoegt, begint Brussel diezelfde dag met het controleren van de bouwers van die technologie.

    Waarom een AI-label het vertrouwen niet automatisch herstelt

    Mensen herkenden betrouwbaarheid altijd aan vorm: correct taalgebruik, een bekend logo, een vertrouwde toon. Dat AI precies die signalen perfect kan namaken, bleek deze maand nog bij de phishingfraude in Eibergen, waar een nepmail nauwelijks van echte communicatie te onderscheiden was. De transparantieplicht is een poging om dat gat te dichten met een label.

    Maar een label roept zijn eigen vragen op. Herstelt het vertrouwen, of maakt het vooral alles zonder label verdacht? Kwaadwillenden houden zich per definitie niet aan een labelplicht, de phishingmail uit Eibergen krijgt echt geen disclaimer. Het label helpt dus vooral om de eerlijke afzenders herkenbaar te houden. Dat is niet niks, maar het is iets anders dan de belofte dat je voortaan weet waar je aan toe bent.

    Wat de AI-transparantieplicht betekent voor zzp en mkb in de Achterhoek

    Drie checks volstaan voor de meeste bedrijven in de regio. Eén: zorg dat elk AI-contactpunt, van websitechatbot tot AI-telefonie, duidelijk aangeeft dat het AI is. Een korte openingszin is meestal genoeg. Twee: label realistisch AI-beeld en AI-video in je marketing als kunstmatig. Drie: leg in je AI-beleid vast wie deze controle doet zodra er een nieuwe tool of uiting bijkomt.

    Dat beleid staat niet op zichzelf. Welke verplichtingen er per 2 augustus verder gewoon blijven staan, van AI-register tot afspraken met leveranciers, zetten we eerder op een rij in ons artikel over wat er van de AI Act overeind blijft. Voor een productiebedrijf met een AI-telefoonassistent voor storingsmeldingen geldt hetzelfde als voor een zzp’er met een chatbot op de site: het gaat niet om je sector, maar om wat je met AI doet.

    AI-content labelen: veelgestelde praktijkvragen

    Dit zijn de vragen die we via het netwerk het vaakst terugkrijgen zodra het gesprek concreet wordt.

    Moet ik AI-foto’s op mijn website labelen?

    Alleen als ze realistisch ogen, dus voor een echte foto zouden kunnen doorgaan. Een duidelijk gestileerde AI-illustratie hoeft niet. Een sfeerbeeld dat eruitziet als een foto van een fabriekshal die niet bestaat: wel labelen.

    Moet ik een tekst die ik met AI schreef labelen?

    Nee, niet als je hem zelf hebt geredigeerd en de eindverantwoordelijkheid draagt. De labelplicht voor tekst is beperkt tot AI-content die ongeredigeerd wordt gepubliceerd over onderwerpen van algemeen belang. Een offerte, blog of nieuwsbrief die je zelf hebt nagelopen, valt daarbuiten.

    Geldt de labelplicht ook voor LinkedIn-posts?

    Ja, dezelfde regel, het platform maakt niet uit. Zelf geschreven of geredigeerde tekst hoeft geen label. Plaats je er een realistisch AI-beeld of -video bij, dan geldt daarvoor wel de labelplicht.

    Moet ik oude content nu alsnog labelen?

    Nee. Content van vóór 2 augustus 2026 hoeft niet met terugwerkende kracht gelabeld te worden. Voor de technische markeerplicht bij bestaande AI-systemen zelf geldt een overgangsperiode tot eind december 2026.

    Ik laat een freelancer of bureau mijn AI-content maken, wie is dan verantwoordelijk?

    Jij, als degene die publiceert. De verplichting ligt bij de partij die de content naar buiten brengt, niet bij de tool of de maker. Leg met een freelancer of bureau dus vast wie op welk moment checkt of iets gelabeld moet worden.

    Wie controleert dit, en wat gebeurt er als ik het een keer vergeet?

    In Nederland is de Autoriteit Persoonsgegevens coördinerend toezichthouder op de AI Act, samen met een aantal sectorale toezichthouders. Boetes voor overtreding van de transparantieplicht kunnen oplopen tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, maar die bedragen horen bij grote, structurele overtredingen. Hoe de toezichthouders in de praktijk omgaan met een eenmalige misser bij een zzp’er of klein mkb-bedrijf, moet nog blijken; dat is voor zover te vinden nog niet uitgekristalliseerd.

    Geldt dit ook voor AI-tools die ik alleen intern gebruik?

    De transparantieplicht draait om het informeren van mensen die met AI communiceren of AI-content te zien krijgen. Een AI-tool die je alleen zelf gebruikt, bijvoorbeeld voor interne planning, zonder dat een klant er iets van merkt, valt daar redelijkerwijs buiten. Zodra de output naar buiten gaat, zoals een AI-telefoonassistent of een chatbot, geldt de meldplicht wel. Dit is onze eigen lezing van artikel 50, geen letterlijk uitgewerkt antwoord in de bronnen die we raadpleegden.

    Mijn webdeveloper laat AI code schrijven voor mijn website, ben ik daar verantwoordelijk voor?

    De labelplicht uit artikel 50 richt zich op content die mensen zien, tekst, beeld, chatbots, niet op broncode: die valt hier niet onder. Verantwoordelijkheid is wel een reëel punt, maar dat loopt via een ander spoor. Naar je klanten of sitebezoekers toe ben jij als exploitant van de site meestal het eerste aanspreekpunt als er iets misgaat, ongeacht of AI of een mens de code schreef. Contractueel regelt de overeenkomst met je developer wie aansprakelijk is voor bugs en onderhoud, en wie eigenaar wordt van de broncode (standaard de ontwikkelaar, niet jij, tenzij dat expliciet is overgedragen). Vanaf 9 december 2026 komt daar de herziene EU-productaansprakelijkheidsrichtlijn bij, die software als “product” behandelt met een lichtere bewijslast voor de benadeelde partij. Dat is een aparte, latere deadline dan de AI Act van 2 augustus. Dit is algemene informatie, geen juridisch advies; laat je contract bij twijfel door een jurist checken.

    Wat zien wij in de praktijk rond AI-transparantie?

    De vraag die we in aanloop naar het congres het vaakst horen over dit onderwerp: moet ik nu alles labelen wat ik met ChatGPT maak? Het antwoord is bijna altijd nee. De zorg zit bij ondernemers vooral op teksten, terwijl de plicht juist daar het lichtst is. Waar het wel knelt, chatbots en realistisch beeldmateriaal, is het besef vaak nog niet geland. De hamvraag om jezelf te blijven stellen is: kan dit misleidend zijn? Is het antwoord ja dan gebruik je een label.

    Geen antwoord, wel een richting

    De transparantieplicht lost het vertrouwensprobleem rond AI niet op, daarvoor is een label te makkelijk te negeren en te makkelijk te vervalsen. Wat de plicht wel doet: de eerlijke afzenders een manier geven om eerlijk herkenbaar te zijn. Voor de meeste bedrijven in de Achterhoek is dat een middag werk, deze week nog te doen.

    Hoe je verantwoord met AI werkt zonder in regeldruk te verzanden, is een van de onderwerpen tijdens Achterhoekse Intelligentie op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Bekijk de tickets.