Elke maand kost het draaien van ChatGPT en Claude de bedrijven erachter miljarden dollars, en toch kun je er als particulier of zzp’er gratis gebruik van maken. Dat is geen toeval en ook geen liefdadigheid. Het is een weloverwogen strategie, met een prijskaartje dat ergens moet landen, bij investeerders, bij gebruikers, en bij de datacenters die al die gratis vragen verwerken. Hieronder lees je hoe dat precies zit, en wat het betekent voor iedereen die dagelijks een gratis AI-tool opent.
Wat is er eigenlijk aan de hand?
Grote AI-bedrijven draaien historisch hoge verliezen, terwijl hun producten voor de meeste gebruikers gratis of nagenoeg gratis zijn. OpenAI verwacht voor 2026 een verlies van ongeveer 14 miljard dollar, en telt op tot een verwacht cumulatief verlies van 115 miljard dollar tot en met 2029, voordat winstgevendheid volgens eigen prognoses ergens in de jaren dertig in zicht komt. Dat staat te lezen in interne financiële documenten van OpenAI, geanalyseerd door The Information en overgenomen door onder meer R&D World. Van de zo’n 900 miljoen wekelijkse gebruikers van ChatGPT betaalt intussen slechts 6,3 procent, ongeveer 57 miljoen mensen, voor een abonnement. Anthropic, het bedrijf achter Claude, geeft zelf aan dat de jaarlijkse compute-kosten rond de 4 tot 4,5 miljard dollar liggen tegenover een geschatte omzet van 7 miljard dollar: beter dan bij OpenAI, maar nog altijd fors.
Wat maakt dit opvallend?
De verklaring zit in een strategie die verder niet nieuw is. Matti van Engelen, AI-lead bij consultancybureau Sparkoptimus, vergelijkt het in Ey! Daily met Uber: “Uber was eerst heel goedkoop, met als doel zo veel mogelijk mensen binnen te halen en zich te verspreiden over veel locaties. Toen ze de mensen eenmaal binnen hadden gehaald, gooide ze hun prijzen omhoog.” AI-bedrijven passen hetzelfde patroon toe: eerst een zo groot mogelijk gebruikersaantal opbouwen met een gratis basisversie, en pas daarna verdienen aan wie meer wil.
Twee ontwikkelingen maken dat voorlopig behapbaar. Ten eerste zijn investeerders bereid om jarenlang verlies te accepteren in ruil voor marktaandeel: Anthropic haalde in mei 2026 alleen al 65 miljard dollar op in één financieringsronde, tegen een waardering van bijna 1.000 miljard dollar. Ten tweede worden de kosten om een AI-model te laten draaien snel lager. Onderzoek van Stanford’s AI Index laat zien dat de kosten om de prestaties van GPT-3.5 te evenaren tussen eind 2022 en oktober 2024 met een factor 280 zijn gedaald. Daarbij komt een minder zichtbare constructie: techreuzen als Nvidia en Microsoft investeren in OpenAI, dat vervolgens een groot deel van dat geld weer besteedt aan chips en cloudcapaciteit bij diezelfde investeerders. Geld dat rondgaat, in plaats van dat het ergens verdwijnt.
Wat roept dit op?
De vraag die overblijft is simpel en ongemakkelijk tegelijk: als iets dit duur is om te maken, wie betaalt dan uiteindelijk de rekening? Het antwoord blijkt uit meerdere lagen tegelijk te bestaan, en niet allemaal even zichtbaar.
Het meest genoemde antwoord gaat over de gebruiker zelf. Je gesprekken met een gratis AI-tool kunnen worden gebruikt om het model te trainen, tenzij je dat zelf uitzet. Je bouwt bovendien een gewoonte op die het bedrijf later kan verzilveren: via een duurder abonnement, via advertenties in de antwoorden, of via een prijsverhoging zodra de concurrentie afneemt. OpenAI stelde advertenties in ChatGPT eind vorig jaar zelf nog uit om eerst het product te verbeteren, wat vooral laat zien dat die route serieus wordt overwogen, niet dat hij van tafel is.
Een minder besproken, maar minstens zo concreet deel van de rekening zit in de datacenters die al die gratis vragen daadwerkelijk verwerken. Uit een rapport van kredietverzekeraar Allianz Trade (juni 2026) blijkt dat de wereldwijde CO2-uitstoot van datacenters in 2025 ongeveer 286 megaton bedroeg, 57 procent hoger dan eerdere schattingen van het Internationaal Energieagentschap, bij een elektriciteitsvraag van zo’n 515 terawattuur wereldwijd. Die groei komt volgens Allianz Trade vooral door de opkomst van AI, en zal zonder verdere verduurzaming naar verwachting verdubbelen tot 643 megaton in 2030. Nederland hoort daarbij tot de digitale koplopers van Europa: datacenters nemen hier nu al zo’n 7 procent van het totale elektriciteitsverbruik voor hun rekening, met een geschatte CO2-uitstoot van 4,73 megaton in 2030 als er niets verandert. Johan Geeroms van Allianz Trade vat het zo samen: “AI-groei is alleen houdbaar als overheden en bedrijven tegelijk fors investeren in groene stroom, extra netcapaciteit én veel efficiëntere digitale infrastructuur.” Dat sluit direct aan bij wat we eerder al schreven over het stroomverbruik van AI-datacenters in de Achterhoek: een deel van de rekening voor gratis AI-gebruik komt gewoon binnen via de energierekening en de wachtlijst voor een netaansluiting.
Water is daarbij een onderbelicht deel van diezelfde rekening. Wereldwijd verbruikten datacenters in 2025 naar schatting 814 miljard liter water, waarvan ongeveer driekwart indirect via elektriciteitsopwekking en de rest via koeling op locatie en chipproductie. Voor Nederland gaat het naar schatting om 10,8 miljard liter per jaar. “Water wordt in de discussie over AI en datacenters nog te vaak vergeten,” zegt Geeroms. “Ook in Nederland moeten we breder kijken dan alleen stroomverbruik.” Diezelfde spanning tussen groeiende vraag en beperkte voorraad kwam eerder al aan bod bij droogte en waterbeheer in de Achterhoek, al gaat het daar om een andere toepassing van AI dan de datacenters zelf.
Zo bezien is “gratis” vooral een kwestie van wie de rekening op dit moment nog niet gepresenteerd krijgt. Investeerders financieren het verlies in ruil voor marktaandeel, gebruikers betalen met hun data en aandacht, en de fysieke infrastructuur eronder vraagt om stroom, water en CO2-ruimte die uiteindelijk via de energierekening, de netbeheerder of de directe omgeving wordt verrekend. Intussen groeit de druk van goedkopere concurrenten uit China, die vergelijkbare prestaties leveren tegen een fractie van de kosten, wat de vraag oproept hoe lang de huidige, dure aanpak stand houdt, en wie daar als eerste de gevolgen van merkt.
Wat betekent dit voor de Achterhoek en de gewone ondernemer?
Voor een zzp’er of kleine ondernemer die dagelijks een gratis versie van ChatGPT, Gemini of Claude gebruikt, is dit meer dan een ver-van-je-bedshow. Een gratis tool die vandaag prima werkt voor je facturatie, je teksten of je klantcommunicatie, kan morgen duurder worden, minder functies bieden, of ergens anders op teren dan je dacht, bijvoorbeeld op de gegevens die je erin stopt. Wie een AI-tool een vaste plek geeft in het eigen werkproces, doet er verstandig aan om na te gaan wat er met eigen data en klantgegevens gebeurt, en om niet blind te varen op een prijs die vandaag toevallig nul is. Een goed startpunt daarbij is een eerlijke afweging van kosten en opbrengsten per tool, in plaats van automatisch voor de gratis variant te kiezen. En wie in de Achterhoek zelf weleens tegen een volle wachtlijst voor een netaansluiting aanloopt, mag gerust weten dat een deel van die druk meekomt uit dezelfde datacenters die de gratis AI-tools van de rest van Nederland draaiende houden.
Geen antwoord, wel een richting
Gratis AI bestaat niet, er wordt alleen nog niet rechtstreeks voor gerekend. De rekening ligt bij investeerders die op groei gokken, bij gebruikers die met hun data en aandacht betalen, en uiteindelijk misschien bij iedereen zodra de gratis periode voorbij is. Niemand weet precies wanneer dat omslagpunt komt, en dat maakt het lastig om er nu al goed op te plannen. Hoe zou jij het vinden als je favoriete gratis AI-tool morgen ineens tien euro per maand kost: stap je over, betaal je, of stop je ermee?
Dit soort vragen, over wat AI in de praktijk betekent voor jouw werk en je bedrijf, bespreken we ook op het congres Achterhoekse Intelligentie, op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Bekijk het programma of haal je ticket.









