Auteur: Carlien Laarman

  • Noemt ChatGPT jouw bedrijf? Zo werkt AI-aanbeveling

    Noemt ChatGPT jouw bedrijf? Zo werkt AI-aanbeveling

    Vraag ChatGPT binnenkort naar ‘de beste IT-partner in de Achterhoek’ en de kans is groot dat het antwoord al vaststaat voordat jij het vraagt. AI-modellen kijken niet naar de tekst op je eigen website, maar naar wat anderen over je zeggen op Trustpilot, Google Mijn Bedrijf en vakplatforms. Wat dat betekent voor hoe zzp’ers en mkb’ers in de Achterhoek zichtbaar blijven leggen we vandaag graag aan je uit.

    Wat is er aan de hand?

    Grote taalmodellen zoals ChatGPT, Microsoft Copilot en Google Gemini werken steeds vaker met een techniek die Retrieval-Augmented Generation heet. Vraag je zo’n model naar de beste aanbieder in een bepaalde branche, dan typt het geen antwoord uit het eigen geheugen, maar zoekt het in realtime naar actuele, externe bronnen. Daarbij weegt het twee dingen zwaar: het sentiment rond een bedrijf op onafhankelijke platformen, en de autoriteit die anderen dat bedrijf toekennen. De eigen ‘Over ons’-pagina telt nauwelijks mee, elk bedrijf vindt zichzelf immers de beste (bron: Frankwatching, 21 juli 2026).

    Wat maakt dit opvallend?

    Het verschuift wat een goede review eigenlijk is. ‘Topservice, vijf sterren’ doet voor een mens goed, maar een taalmodel heeft er weinig aan. Een review met concrete details, bijvoorbeeld dat een IT-bedrijf de administratieve druk bij een zorginstelling met 20 procent verlaagde, is voor een AI-model een stuk bruikbaarder: het herkent daarin de branche, het product en het resultaat, en kan die later koppelen aan een zoekvraag. Opvallend is ook dat een té perfect profiel, alleen maar vijfsterrenreviews, argwaan wekt bij het algoritme. Een kritisch punt waar een bedrijf goed op reageert, weegt juist als een teken van betrouwbaarheid.

    Wat roept dit op?

    Reputatie wordt hiermee voor een deel machine-leesbaar gemaakt. Dat kan eerlijker voelen dan de oude situatie, waarin vooral meetelde wie het meeste marketingbudget had. Maar het roept ook een nieuwe vraag op: wint straks vooral wie het beste weet hoe je een algoritme voedt, los van de vraag of de dienstverlening zelf ook daadwerkelijk beter is? En wat betekent het voor een bedrijf dat uitstekend werk levert, maar nooit om een review vraagt?

    Wat betekent dit voor de Achterhoek, de maakindustrie en de professional?

    Veel zzp’ers en mkb’ers in de regio bouwen hun naam nog vooral op via mond-tot-mondreclame: de buurman kent iemand, de vorige klant vertelt het door. Dat werkt uitstekend binnen de eigen kring, maar een AI-model ziet daar niets van omdat het zoekt naar tekst op platformen als Trustpilot en Google Mijn Bedrijf. Voor ondernemers en dienstverleners in de Achterhoek betekent dit concreet: vraag na een geslaagd project gericht om een review met een concreet resultaat, in plaats van alleen een cijfer. Reageer inhoudelijk op binnengekomen reviews, dat telt mee als extra content rond je naam. Wie meer wil weten over hoe zichtbaar zijn website al is voor AI-zoekmachines, kan ook ons eerdere artikel over AI-crawlers en websitezichtbaarheid erop naslaan.

    Wat zien wij in de praktijk?

    Ondernemers die we spreken vinden dit in de praktijk een hele lastige: hoe vind je de balans tussen mens en machine? Uiteindelijk is de mens leidend in de beslissing om te gaan voor je aanbod, maar als door de machine de mens je aanbod niet kan vinden zal je omzet achteruitgaan. We kunnen dan ook niet anders dan ons aanpassen, zelfs al zit je daar niet per se op te wachten. Een praktische tip voor B2C bedrijven? Breng je funnel in de praktijk: hoe scoor je nu in de verschillende AI-modellen? Pas aan wat je gemakkelijk kunt aanpassen en doe een nieuwe benchmark. Breng vervolgens de stappen na de AI zoekvraag in beeld: waar komt de zoeker bij terecht en hoe is dat juist weer aangepast op de persoon en helpt dat om de beslissing te maken?

    Geen antwoord, wel een richting

    Een garantie dat je morgen door ChatGPT wordt aanbevolen is er niet, en het risico van nepreviews of een te opgepoetst profiel ligt op de loer. Wat wel helpt: vraag je laatste drie tevreden klanten niet om een cijfer, maar om drie zinnen over wat je concreet hebt opgelost. Klein en simpel te beginnen, geen wondermiddel.

    Hoe bedrijven zichtbaar blijven in een wereld waarin een algoritme steeds vaker de aanbeveling doet, is precies het soort vraag waar we het najaar over hebben tijdens Achterhoekse Intelligentie op 25 september in NYC Lichtenvoorde. Bekijk de tickets en koop er snel een want op = op.

    Photo by Solen Feyissa on Unsplash

  • AI maakt phishing onherkenbaar: wat e-mailfraude in Eibergen ons leert

    AI maakt phishing onherkenbaar: wat e-mailfraude in Eibergen ons leert

    Een inwoner van Eibergen raakte vorige week 5.000 euro kwijt na een phishingmail die volgens BENU Apotheek zelf “nauwelijks van echte communicatie te onderscheiden” was. Dat is geen toeval: AI schrijft phishingmails inmiddels foutloos, in de juiste toon en met de juiste afzendernaam. Dat betekent veel voor vertrouwen in digitale communicatie en kan er serieuze inbreuk aan doen, ook hier in de Achterhoek.

    Wat is er gebeurd in Eibergen en Berkelland?

    Half juli kwamen er binnen een week twee vergelijkbare waarschuwingen uit Berkelland. BENU Apotheek in Eibergen meldde dat klanten phishingmails ontvingen met het verzoek om accountgegevens aan te vullen. Eén klant, vooral ouderen lijken doelwit, vulde na zo’n mail haar bankgegevens en pincode in. Ze werd vervolgens telefonisch benaderd door iemand die “hulp” aanbood, waarna twee mannen aan de deur haar bankpas wisten te bemachtigen. Met die pas werd in Eibergen drie keer geld opgenomen: in totaal 5.000 euro.

    Diezelfde week waarschuwde gemeente Berkelland voor een andere phishingmail, ditmaal uit naam van een fictieve “Gemeentelijke Energiepeiling 2026” met cadeaubonnen als lokmiddel. Ook deze mail bleek, aldus de gemeente, professioneel genoeg vormgegeven om verwarring te zaaien.

    Twee losse incidenten, dezelfde week, dezelfde regio, hetzelfde patroon: berichten die er net zo uitzien als echte communicatie.

    Betere kwaliteit phishing door AI

    Phishingmails zijn niet nieuw. Wat wel verschuift, is de kwaliteit. Vroeger waren nepmails vaak te herkennen aan kromme zinnen, een verkeerd logo of een rare afzender. Taalmodellen maken dat onderscheid grotendeels overbodig: een phishingmail kan foutloos Nederlands bevatten, in exact de toon van een apotheek, bank of gemeente, en gepersonaliseerd op basis van eerder gelekte gegevens.

    Hoe ver die techniek reikt, liet een internationale zaak zien die niets met de Achterhoek te maken heeft, maar wel met dezelfde technologie. Begin 2024 maakte een medewerker van ingenieursbureau Arup in Hong Kong 25 miljoen dollar over na een videobelgesprek met wie hij dacht dat de Britse cfo en meerdere collega’s waren. Iedereen op dat gesprek was een deepfake, beeld én stem. Pas toen hij zelf het hoofdkantoor belde, kwam de fraude aan het licht (CNN, 2024). Andere schaal dan een phishingmail aan een particulier, zelfde principe: de techniek is overtuigend genoeg om de reflex “dit klopt niet” te omzeilen, of het nu om tekst, beeld of stem gaat.

    Dat betekent niet dat elke phishingmail nu door AI is geschreven, dat weten we in de Berkellandse gevallen niet met zekerheid. Wat wel vaststaat: de techniek om overtuigende, foutloze content te genereren is inmiddels voor iedereen beschikbaar, ook voor criminelen. En de reflex “dit klinkt niet officieel” werkt daardoor steeds minder goed als eerste alarmbel.

    Wat roept dit op?

    Dit raakt iets fundamentelers dan een technisch beveiligingsprobleem. Mensen herkennen betrouwbaarheid van oudsher grotendeels aan vorm: een net logo, correcte spelling, een bekende toon of stem. Als die signalen niet meer betrouwbaar zijn, valt een deel van onze intuïtieve verdediging weg, onevenredig hard bij wie minder gewend is digitale communicatie kritisch te wegen, zoals ouderen, precies de groep die in Eibergen slachtoffer werd.

    De vraag is niet alleen hoe je fraude herkent, maar wie de verantwoordelijkheid draagt om dat makkelijker te maken: de ontvanger, de organisaties waar oplichters zich voor uitgeven, of de bedrijven die de onderliggende AI-technologie bouwen en verspreiden.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek, de maakindustrie en de professional?

    In de Achterhoek is vertrouwen doorgaans de basis van zakendoen. Een mailtje van “de leverancier” of “de bank” werd lange tijd niet standaard gewantrouwd. Diezelfde manier van vertrouwen wordt nu een kwetsbaarheid, voor het mkb net zo goed als voor de individuele inwoner. In ons eerdere artikel over vertrouwen en controle op de werkvloer bleek al dat mensen AI-output minder kritisch controleren zodra het vertrouwd aanvoelt. Diezelfde reflex speelt criminelen nu in de kaart.

    Landelijke cijfers laten zien hoe groot het probleem is: in 2025 werd ongeveer 15.000 keer aangifte gedaan tegen nepwebshops, bijna de helft van alle aangiftes voor online oplichting (bron: Rijksoverheid, Nederland Digitaal, op CBS-cijfers). Een aparte uitsplitsing voor de Achterhoek is niet gepubliceerd, dat bleek ook bij navraag voor dit artikel. Wel waarschuwde Politie Oost-Nederland begin april 2026 met een voorlichtingscampagne voor kwetsbare doelgroepen in de regio, na een landelijke toename van oplichting via nepagenten en nepbankmedewerkers: ruim 13.000 meldingen vorig jaar. Hoe hard dat aankomt, laat het verhaal zien van een familie uit Vorden, wier moeder in 2025 werd opgelicht door een nepagent en haar sieraden en religieuze iconen kwijtraakte. Geen AI-fraude in dit geval, dit ging via de telefoon met gestolen persoonsgegevens, maar wel hetzelfde patroon: overtuigend genoeg om het vertrouwen van een alerte, zelfstandige vrouw te winnen.

    Voor ondernemers en zzp’ers betekent dit concreet: verificatie via een tweede kanaal (bel het bedrijf zelf, op een bekend nummer) wordt belangrijker dan het beoordelen van een mail op het oog. Voor de maakindustrie, waar facturen en leveranciersmails dagelijkse praktijk zijn, ligt hetzelfde risico op de loer bij CEO-fraude en nepfacturen, zoals de zaak bij Arup laat zien. Meer over de bredere privacyrisico’s van AI: ons artikel over privacyrisico’s bij het uploaden van foto’s.

    Digitale weerbaarheid

    Een sluitend protocol tegen AI-geschreven phishing bestaat niet. Wat wel helpt: bij twijfel nooit reageren via de contactgegevens in de mail zelf, altijd zelf het bekende nummer bellen, en binnen een bedrijf afspreken dat betalingen of gegevens nooit op basis van één mail of videobelletje worden gewijzigd. Klein, praktisch, geen garantie.

    Precies dit soort vragen komt aan bod bij digitale weerbaarheid en cybersecurity op het Achterhoek AI event op 25 september. Jelle Boers, security officer bij Harbers Group by Alistar , gaat daar in op het dreigingslandschap rond deepfakes, foutloze phishingmails en geautomatiseerde aanvallen, en wat je er concreet tegen kunt doen. Tickets zijn hier te vinden.

  • Noem je AI tool geen collega: wat onderzoek zegt over vertrouwen en controle op de werkvloer

    Noem je AI tool geen collega: wat onderzoek zegt over vertrouwen en controle op de werkvloer

    Een AI-tool “collega” of “medewerker” noemen klinkt onschuldig, maar verandert hoe kritisch mensen naar het resultaat kijken. Nieuw Amerikaans onderzoek laat zien dat managers 18 procent minder fouten opmerken zodra hetzelfde werk wordt gepresenteerd als afkomstig van een “AI-medewerker” in plaats van een chatbot. Voor iedereen die AI inzet op de werkvloer, van productiebedrijf tot zzp’er, is dat een reden om even stil te staan bij de woorden die daarbij horen.

    Onderzoek agentic AI collega

    Emma Wiles, hoogleraar bedrijfskunde aan Boston University, liet 1.261 managers hetzelfde stuk werk beoordelen. Het enige verschil tussen de groepen: het label. De ene helft kreeg te horen dat het werk kwam van een chatbot, de andere helft dat het kwam van een agentic “AI-medewerker” met een naam en een functieomschrijving. Bij het label medewerker zagen deelnemers zichzelf minder verantwoordelijk voor de uitkomst. Ze schoven twijfelachtig werk ook 44 procent vaker door naar een leidinggevende, in plaats van het zelf te corrigeren, wat het tijdvoordeel van de AI-tool grotendeels tenietdoet.

    Wat maakt dit opvallend?

    Het opvallende is niet dat AI fouten maakt, dat weet iedereen die er weleens mee werkt. Opvallend is dat de naam die je aan een tool geeft, meetbaar invloed heeft op hoe scherp een mens blijft opletten. Grote techbedrijven als Microsoft, OpenAI, Anthropic en Google brengen dit jaar juist tools uit die AI-agents presenteren als digitale collega’s, met eigen namen en takenpakketten. Bijna een derde van de ondervraagde managers zegt dat hun organisatie AI-agents al zo framet. Bij 23 procent staan ze zelfs op het organogram, naast de mensen. Dichter bij huis lieten vier ondernemers uit Winterswijk zien hoe je een AI-collega voor monteurs bouwt, met precies dat woord: collega. Interessant om te zien hoe dat in de praktijk uitpakt, in het licht van dit onderzoek.

    Wat roept dit op?

    De vraag die hieruit volgt is niet technisch maar menselijk: wie is verantwoordelijk als een “collega” die geen mens is een fout maakt? Onderzoeker Daron Acemoglu, econoom aan het MIT en Nobelprijswinnaar, zegt het zo: AI-agents worden nu verkocht als vervangers van mensen, terwijl ze eigenlijk het beste werken als ze menselijke vaardigheden versterken. Dat is een andere opdracht dan “Alex” op het bord zetten en verwachten dat het verder wel goed komt. Het gaat over wie de controle houdt, en wie zich daar verantwoordelijk voor voelt op het moment dat het misgaat.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek, de maakindustrie en de professional?

    In productiebedrijven en bij zzp’ers in de regio wordt AI steeds vaker ingezet als “extra paar handen”: voor planning, kwaliteitscontrole, administratie of klantcontact. Precies daar ligt het risico dat dit onderzoek blootlegt. Wie een AI-tool onbewust als teamlid behandelt, controleert het werk minder kritisch en legt verantwoordelijkheid sneller ergens anders neer. Dat sluit aan bij wat we eerder schreven over de persoonlijke AI-hype cycle van professionals: naarmate het gebruik toeneemt, kan de kritische blik juist afnemen. Voor een productiebedrijf dat AI gebruikt bij kwaliteitscontrole, of een zzp’er die AI-gegenereerde offertes of teksten de deur uit stuurt, is dat geen abstract risico maar een praktisch aandachtspunt: wie checkt uiteindelijk het laatste stukje?

    Geen antwoord, wel een richting

    Dit onderzoek geeft geen pasklare oplossing, wel een duidelijke richting: behandel een AI-tool als tool, ook als hij zelfstandig een taak afrondt. Geef het geen naam die suggereert dat het meedenkt zoals een collega dat doet, en houd de eindcontrole waar hij hoort: bij de mens. Dat is geen pleidooi tegen AI-agents, die worden alleen maar handiger, maar wel tegen het idee dat je ze zonder nadenken op de payroll kunt zetten.

    Hoe je daar in de praktijk mee omgaat, met concrete voorbeelden uit de maakindustrie en de regio, bespreken we tijdens Achterhoekse Intelligentie op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Benieuwd hoe andere Achterhoekse ondernemers dit aanpakken? Bekijk de tickets en ontmoet hen tijdens hét AI event van de Achterhoek.

    Bronnen: MIT Technology Review, “AI agents are not your coworkers”, 29 juni 2026; Harvard Business Review, onderzoek Emma Wiles (Boston University).

  • ChatGPT schrijft, Perplexity checkt: waarom professionals AI-tools combineren

    ChatGPT schrijft, Perplexity checkt: waarom professionals AI-tools combineren

    Gebruik jij AI voor je werk, en vertrouw je op het eerste antwoord dat je krijgt? Steeds meer slimme professionals doen dat niet meer. Zij laten de ene AI schrijven en een andere controleren of verdelen de taken bewust over meerdere tools. Waarom? Omdat AI het vaker mis heeft dan je zou denken.

    Waarom zou je AI-tools combineren?

    Het idee is simpel: niet één chatbot voor alles, maar een taakverdeling op basis van sterke punten. Een veelgebruikte indeling: Perplexity voor actueel onderzoek met bronvermelding, dezelfde citatielogica die ook bepaalt of jouw eigen website zichtbaar is voor AI-zoekmachines, Claude voor het verwerken en analyseren van lange documenten, ChatGPT voor het schrijfwerk zelf. Sommige professionals gaan een stap verder en gebruiken een tweede AI puur als controle: de ene tool schrijft een artikel of offerte, de andere leest kritisch mee op feitelijke claims voordat het de deur uitgaat.

    Wat maakt dit opvallend?

    De cijfers achter deze gewoonte zijn te precies om te negeren. Het Tow Center for Digital Journalism, een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan Columbia University, testte acht AI-zoekmachines specifiek op het citeren van nieuwsbronnen: de tools kregen telkens een fragment tekst en moesten daar de juiste titel, uitgever en URL bij terugvinden. In totaal 1600 van dit soort citatie-vragen, twintig nieuwsuitgevers keer tien artikelen keer acht chatbots. Gemiddeld beantwoordden de tools meer dan 60 procent daarvan incorrect. Perplexity scoorde relatief het beste met 37 procent fout, Grok 3 het slechtste met 94 procent fout. Zelfs de tool die het beste scoorde op bronvermelding citeert dus geregeld verkeerd, en dat met een overtuigende toon die twijfel niet altijd zichtbaar maakt.

    Tegelijk groeit het gebruik van meerdere tools naast elkaar snel. Nederlanders gebruiken in mei 2026 gemiddeld anderhalve AI-dienst, bij de groep van 13 tot 24 jaar loopt dat op tot 1,7. Multi-tool gebruik is dus geen nichegewoonte van early adopters, maar een patroon dat breed terugkomt.

    Regie op AI: controle door te combineren

    Als onafhankelijk universitair onderzoek laat zien dat AI-tools zelfs bij iets controleerbaars als brontoeschrijving geregeld fout zitten, verschuift de vraag. Niet meer “kan ik AI vertrouwen”, maar “hoe organiseer ik zelf de controle”. Dat is een overgang van blind vertrouwen naar bewuste regie, en het hangt samen met in welke fase van de AI-hype je als professional eigenlijk zit. Het is eigenlijk niet meer dan hoe je met een collega zou werken. Ook daar laat je een belangrijk stuk niet zonder feedbackronde de deur uit. Waarom zou dat bij AI anders zijn?

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de professional?

    Je hoeft er geen ingewikkeld systeem voor op te tuigen. Een paar concrete stappen volstaan. Gebruik een tool met actuele bronvermelding, zoals Perplexity, voor feitenonderzoek en cijfers. Laat een tweede tool, Claude of ChatGPT, het schrijfwerk of de analyse doen. Vraag bij stukken die ertoe doen, een offerte, een artikel, een advies aan een klant, een derde blik: een andere tool, of dezelfde tool in een nieuw gesprek zonder eerdere context. Voor zzp’ers en kleine teams in de regio zonder eigen kwaliteitsafdeling is dat een laagdrempelige manier om toch een vorm van controle in te bouwen, zonder dat het extra tijd hoeft te kosten. Bovenal: test wat voor jou werkt – elk bedrijf is anders en elke ondernemer heeft een andere visie en aanpak. Van experimenteren kun je leren.

    Eieren in verschillende mandjes

    Dit is geen pleidooi om drie abonnementen tegelijk te nemen. Het is een simpel uitgangspunt: laat een belangrijk antwoord niet bij de eerste AI die het geeft en wees kritisch op alles wat je AI produceert. Eén gratis account erbij, gebruikt op het juiste moment, is vaak al genoeg om een deel van de citatiefouten eruit te halen die het onderzoek van Columbia University blootlegde.

    We bespreken dit soort praktische AI-vraagstukken ook op 25 september tijdens Achterhoekse Intelligentie in Lichtenvoorde, samen met ondernemers en professionals uit de regio. Meer over het programma vind je op de eventpagina, tickets zijn er via de ticketpagina.

  • Is jouw website zichtbaar voor ChatGPT / Claude e.a.? 1 op de 5 Nederlandse sites sluit AI buiten.

    Is jouw website zichtbaar voor ChatGPT / Claude e.a.? 1 op de 5 Nederlandse sites sluit AI buiten.

    Typ je bedrijfsnaam of dienst in bij ChatGPT of Perplexity, en de kans is groter dan je denkt dat je eigen website daar niet eens in voorkomt. Niet omdat je content niet goed genoeg is, maar omdat de AI-bot de deur simpelweg niet in mag. Uit een scan van de 500 grootste Nederlandse websites blijkt dat één op de vijf actief minstens één AI-zoekmachine blokkeert, vaak zonder dat er ooit bewust voor gekozen is.

    Wat is er precies aan de hand?

    Mike Schonewille, oprichter van het AI-vindbaarheidsbureau Writgo, scande begin juni de techniek achter de 500 populairste Nederlandse domeinen en publiceerde de uitkomsten als gastartikel op Frankwatching: geen tekstanalyse, puur de vraag of AI-crawlers zoals GPTBot (ChatGPT), ClaudeBot (Claude), CCBot (voedt veel taalmodellen) en Google-Extended (Gemini) binnen mogen komen. Van de 393 bereikbare sites blokkeert 21,1 procent actief minstens één van deze bots via het robots.txt-bestand, het tekstbestandje dat crawlers vertelt wat wel en niet mag. Wie blokkeert, doet dat zelden half: gemiddeld worden 6,3 van de 11 onderzochte bots in één moeite dichtgezet.

    Opvallend genoeg is dit patroon vaak niet het resultaat van een bewuste afweging. Van de blokkerende sites sluit 63 procent GPTBot, ClaudeBot én CCBot af met exact dezelfde regelset, een teken dat het om een gekopieerd blok gaat in plaats van losse keuzes per bot. Veel van die regels dateren nog uit 2023, toen GPTBot de eerste naam was die opdook en “voor de zekerheid blokkeren” de reflex werd.

    Wat maakt dit opvallend?

    Voor een nieuwsmerk is dichttimmeren een verdedigbare keuze: het verdienmodel zit in het artikel zelf, en een AI-samenvatting haalt de klik weg. NOS, NU.nl, AD, RTL Nieuws, de Volkskrant, Trouw en Het Parool blokkeren dan ook allemaal 10 van de 11 onderzochte bots.

    Voor een zzp’er, adviesbureau of lokale dienstverlener werkt exact dezelfde regel averechts. Die wil juist genoemd worden wanneer iemand een AI-assistent om een aanbeveling vraagt. Toch staan er in de scan tientallen niet-mediasites met precies hetzelfde dichtgetimmerde robots.txt-blok als een landelijke nieuwssite: klakkeloos overgenomen, nooit voor de eigen situatie herzien.

    Wie wél openstaat, laat vaak nog geld liggen. Slechts 1,5 procent van de sites heeft FAQ-schema op de homepage, de opmaak waarmee een AI-assistent een vraag rechtstreeks aan een antwoord koppelt. Terwijl 51,4 procent wel gewone structured data heeft: de technische basis ligt er, de laatste, AI-specifieke stap niet.

    Een tweede nuance zit in welke bot precies wordt geblokkeerd. CCBot, de bot van Common Crawl die op de achtergrond een groot deel van alle taalmodellen voedt, wordt in het onderzoek precies zo vaak geblokkeerd als GPTBot (beide 16,3 procent), terwijl hij zelden in de discussie valt. En binnen de bots van OpenAI zelf lopen de cijfers sterk uiteen: GPTBot, dat content gebruikt om het model te trainen, wordt door 16,3 procent van de sites geblokkeerd. OAI-SearchBot, de bot die een pagina juist ophaalt om je te citeren in een live ChatGPT-antwoord, door maar 7,9 procent. Veel sites blokkeren dus vooral de trainingsbot en laten de citeerbot met rust, niet omdat ze dat bewust zo kozen, maar omdat hun regels zijn geschreven vóórdat OpenAI die twee bots uit elkaar trok.

    Wat roept dit op?

    Het onderliggende patroon is bekender dan het lijkt. SEO valt van oudsher onder marketing, het robots.txt-bestand onder development. AI-vindbaarheid valt precies tussen die twee in, en staat daardoor vaak op niemands lijstje. Een regel die ooit “voor de zekerheid” is toegevoegd, blijft jarenlang onaangeroerd staan, ook als de wereld eromheen verandert. Zo beschermt een site content die niemand meer hoeft te stelen, en sluit zichzelf tegelijk uit van het kanaal waar een klant tegenwoordig zoekt.

    Dat is een patroon dat we vaker zien wanneer professionals stilstaan bij hoe ze zelf met AI omgaan: het roept een bredere vraag op over hoeveel technische keuzes op een website eigenlijk nog bewuste keuzes zijn, en hoeveel simpelweg zijn blijven hangen sinds het moment dat de site voor het eerst werd opgezet.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de professional?

    Dat dit ook voor kleine partijen loont, laat Schonewille zelf zien met een voorbeeld uit zijn eigen praktijk: een vergelijkingssite in een nichemarkt, zonder bekende naam of groot budget, krijgt aantoonbaar affiliate-klikken binnen via ChatGPT. Wat die site anders doet dan de meeste: de crawlers gewoon toelaten, vragen letterlijk als kop beantwoorden, en FAQ-schema plus vergelijkingstabellen toevoegen. Geen technisch hoogstandje, wel precies de drie dingen die in de scan het schaarst zijn.

    Voor zzp’ers, adviseurs en mkb’ers in de regio met een eigen website is dit in een middag te checken, zonder ontwikkelaar of budget:

    • Open je robots.txt-bestand (te vinden via jouwdomein.nl/robots.txt) en zoek naar GPTBot, ClaudeBot, CCBot en Google-Extended. Staat daar een “Disallow”, dan blokkeer je mogelijk zonder dat je dat ooit bewust hebt gekozen.
    • Blokkeer je bewust voor training, laat dan in elk geval OAI-SearchBot en ChatGPT-User open. Dat zijn de bots die je juist citeren in een AI-antwoord, niet de bots die je content gebruiken om een model te trainen.
    • Controleer of je sitemap nog werkt, want een AI-model kan alleen citeren wat een crawler heeft weten te vinden.
    • Zet FAQ-schema met een paar concrete vraag-antwoordparen op je belangrijkste pagina’s. Dat is het element dat in de scan het schaarst is (1,5 procent), en dus ook de plek waar de snelste voorsprong te halen valt.
    • Zet feiten, prijzen of specificaties waar mogelijk in een tabel. Dat neemt een AI-model volgens het onderzoek veel vaker letterlijk over dan dezelfde informatie in lopende tekst.

    Dat overzicht van wat je zelf gebruikt en waarom, is trouwens hetzelfde soort inventarisatie die vanaf 2 augustus verplicht wordt voor de AI-tools in je bedrijf.

    Geen antwoord, wel een richting

    Dit onderzoek lost niet op hoe je moet schrijven voor AI-zoekmachines, dat debat loopt al langer. Het laat wel zien dat een deel van de Nederlandse bedrijven struikelt voordat die vraag zelfs relevant wordt: de bot komt de deur niet eens door. Voor de meeste zzp’ers en mkb’ers in de Achterhoek is dat geen technisch probleem, maar een kwestie van vijf minuten aandacht voor iets dat al die tijd op de achtergrond heeft gestaan. Even een dosis Achterhoeks boerenverstand online toepassen dus 😉

    Wil je dit soort praktische AI-vraagstukken bespreken met ondernemers en professionals uit de regio? Op 25 september 2026 vindt in NYC Lichtenvoorde het congres Achterhoekse Intelligentie plaats. De Early Bird tickets zijn nog te koop tot en met 15 juli. Bekijk de tickets.

  • AI Act uitgesteld? Wat per 2 augustus 2026 gewoon blijft staan voor zzp’ers en mkb

    AI Act uitgesteld? Wat per 2 augustus 2026 gewoon blijft staan voor zzp’ers en mkb

    Al enige tijd doet het beeld de ronde dat de AI Act wordt uitgesteld. Dat klopt, voor een deel. De zwaarste verplichtingen, voor zogeheten hoog-risico AI-systemen, schuiven op naar december 2027. Maar de regels die de meeste zzp’ers, mkb’ers en professionals in de Achterhoek daadwerkelijk raken, blijven gewoon staan per 2 augustus 2026. Wie nu denkt dat er niets meer hoeft te gebeuren, heeft een onvolledig beeld.


    Wat is er precies uitgesteld?

    Op 7 mei 2026 bereikten het Europees Parlement en de Raad een voorlopig politiek akkoord over de Digital Omnibus, een pakket wijzigingen op de EU AI-verordening. Formele goedkeuring en publicatie moeten nog volgen, maar werden eind mei “in de komende weken” en vóór 2 augustus 2026 verwacht. Onderdeel van het akkoord: de verplichtingen voor AI-systemen met een hoog risico, de categorie uit Bijlage III van de wet, schuiven op van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. Voor AI die wordt ingezet als veiligheidscomponent in andere producten geldt zelfs 2 augustus 2028.

    De achterliggende reden is praktisch, niet inhoudelijk: de Europese standaarden voor hoog-risico AI zijn nog niet af, en veel lidstaten hebben hun toezichthoudende instanties nog niet aangewezen. Uitvoering liep achter op wetgeving. Vandaar het uitstel.

    Wat maakt dit opvallend?

    Het venijn zit in wat er niet, of maar deels, is uitgesteld. De algemene transparantieplicht blijft grotendeels gewoon per 2 augustus 2026 van kracht: gebruik je een chatbot op je website, dan moet je bezoekers laten weten dat ze met een AI-systeem praten. Voor het watermerken van AI-gegenereerde content geldt voor bestaande systemen wel een uitloop tot 2 december 2026. Het verbod op bepaalde manipulatieve AI-praktijken, van kracht sinds februari 2025, verandert niet.

    Wat wél verandert, en dat is minder bekend: de verplichte AI-geletterdheid van medewerkers (ook al sinds februari 2025 van kracht) wordt in hetzelfde omnibus-pakket afgezwakt. Nu moeten bedrijven nog garanderen dat medewerkers voldoende AI-geletterd zijn. Straks wordt dat een inspanningsverplichting: bedrijven moeten die geletterdheid “ondersteunen”, zonder harde garantie. Ook hier geldt: een deel van de regels wordt lichter, niet zwaarder, ook al is dat niet het deel waar de koppen over gingen.

    Bovendien vallen de meeste tools die zzp’ers en mkb-bedrijven daadwerkelijk gebruiken, van tekstgeneratoren tot planningssoftware met AI-functies, sowieso niet in de categorie hoog risico. Voor hen was het uitstel dus grotendeels irrelevant nieuws dat toevallig wel als geruststelling wordt gelezen.

    Wat roept dit op?

    Dit is een herkenbaar patroon bij complexe regelgeving: een nuance in de uitvoering wordt in de berichtgeving een algemene vrijstelling. “De AI Act is uitgesteld” is korter en pakkender dan “een deel van de zwaarste verplichtingen binnen de AI Act is uitgesteld, de rest niet”. Maar het eerste zinnetje leidt tot verkeerde beslissingen.

    Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat maar 7 procent van de ondernemers zich goed geïnformeerd voelt over de AI-wet. De helft kent de wet niet eens, en slechts 2 à 3 procent heeft daadwerkelijk stappen gezet. Dat cijfer was al laag vóór het omnibus-nieuws. De vraag is of het uitstel dat percentage nu verder omlaag duwt, terwijl de verplichtingen die er per 2 augustus wél nog zijn, onveranderd blijven staan.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de professionals?

    Voor de meeste zzp’ers en mkb’ers in de regio, of je nu boekhouder, tekstschrijver, adviseur of ondernemer in de maakindustrie bent, verandert er dus minder dan de kop doet vermoeden. Het praktische basispakket dat vanaf 2 augustus 2026 gewoon geldt: een overzicht van de AI-tools die je gebruikt (een AI-register), een kort intern beleid over het gebruik ervan, aantoonbare kennis bij jezelf en je medewerkers over de risico’s, transparantie naar klanten wanneer AI wordt ingezet, en heldere afspraken met de leveranciers van die tools.

    Een productiebedrijf dat AI gebruikt in de kwaliteitscontrole valt daar net zo goed onder als een zzp’er die een chatbot op de eigen website heeft draaien. Het verschil zit niet in de sector, maar in wat je precies met AI doet.

    Wat zien wij in de praktijk?

    Wat we vaker terugzien: veel ondernemers denken bij ‘AI Act’ automatisch aan zware, hoog-risico toepassingen zoals sollicitatie-screening of medische AI. Terwijl het merendeel van hun eigen AI-gebruik, van een schrijfhulp tot een planningstool, in een lichtere risicocategorie valt met eigen, kleinere verplichtingen. Die verwarring lijkt door het omnibus-nieuws eerder toe dan af te nemen. Juist daarom is het belangrijk om de verbinding te zoeken en te sparren met anderen: hoe pakken zij het op? Welke lessen leerden zij en hoe kunnen we deze wet zinnig toepassen zodat we allen meer verantwoord met AI omgaan? Want juist daar ligt een belangrijke factor.

    Geen antwoord, wel een richting

    Het uitstel van de zwaarste regels lost niets op voor de meeste zzp’ers en mkb’ers, want die regels golden voor hen toch al nauwelijks. Wat wel telt, is het basispakket dat gewoon per 2 augustus 2026 in werking treedt. Dat is geen reden voor paniek, maar ook geen reden om achterover te leunen omdat er ‘uitstel’ in de krant stond. Weet jij al welke AI-verplichtingen per 2 augustus voor jouw bedrijf blijven staan, ondanks het uitstel voor hoog-risico AI?


    Wil je weten wat de AI Act concreet betekent voor jouw manier van werken? Op 25 september 2026 vindt in NYC Lichtenvoorde hét Achterhoekse Intelligentie event plaats. Bekijk de tickets.

  • Manuel: hoe vier ondernemers uit Winterswijk een AI-collega bouwden voor monteurs

    Manuel: hoe vier ondernemers uit Winterswijk een AI-collega bouwden voor monteurs

    Een monteur staat voor een storingscode die hij niet meteen herkent. Vroeger betekende dat bladeren in een pdf, een collega bellen, of wachten in de wacht bij de fabrikant. In Winterswijk bouwden vier jonge ondernemers daar iets voor: Manuel, een AI-app die binnen seconden het juiste antwoord geeft, met bron erbij.

    Wat is Manuel?

    Manuel is een AI-assistent voor servicemonteurs in de installatiebranche, ontwikkeld door een startup uit Winterswijk die sinds augustus 2024 aan het platform bouwt. De voice-first app combineert drie kennisbronnen: officiële fabrikantendocumentatie, bedrijfsspecifieke informatie en praktijkervaringen van collega’s onderling. Een monteur spreekt of typt zijn vraag in, bijvoorbeeld over een storingscode op een ketel, en krijgt binnen enkele seconden antwoord uit een bibliotheek van meer dan tienduizend handleidingen, vijftigduizend foutcodes en tweehonderdduizend onderdeelnummers, altijd met verwijzing naar de bron. Inmiddels gebruiken meer dan 550 technici bij ruim dertig installatiebedrijven de app, van eenpitters tot mkb’ers. De app begon als eenvoudige WhatsApp-chatbot en groeide door naar een volwaardige applicatie met een eigen kennisbank, waarin bedrijven ook hun eigen werkwijzen en veelvoorkomende storingen kunnen vastleggen. Collega’s kunnen elkaar daarnaast tips geven over specifieke technische kwesties, zodat kennis niet bij één persoon blijft hangen. De app werkt met een abonnementenmodel vanaf ongeveer achttien euro per maand per monteur.

    Wat maakt dit opvallend?

    Niet de techniek is het bijzondere, maar de combinatie van doel en achtergrond. Manuel richt zich bewust niet op alles, maar specifiek op ketels en warmtepompen, met gevalideerde fabrikantinformatie. Dat maakt de antwoorden preciezer dan wat een algemene chatbot als ChatGPT of Copilot in dit vakgebied biedt. En achter het bedrijf zit een divers team: medeoprichter Hakan Oz heeft de Turkse nationaliteit en woonde eerder in Oekraïne. Na zijn vlucht voor de oorlog zocht hij een structurele werk- en verblijfsvergunning in Nederland. Oost NL ondersteunde hem bij het verkrijgen van een StartUp-visum en bij zijn verdere ontwikkeling als ondernemer, onder meer via deelname aan het Customer Discovery Programma.

    Wat roept dit op?

    Het onderliggende probleem dat Manuel probeert op te lossen is niet technisch, maar demografisch: medeoprichter Boris van Ast omschrijft het als volgt: “De komende jaren gaan duizenden ervaren vakmensen met pensioen. De kennis wordt nu vaak mond-tot-mond overgedragen, of gaat simpelweg verloren.” Hakan Oz zelf zegt over zijn eigen traject: “Met het StartUp-visum en de begeleiding van Oost NL kon ik mij volledig storten op het verder ontwikkelen van ons bedrijf. Dat doe ik mede door deel te nemen aan het Customer Discovery Programma waarmee we scherp krijgen voor wie we de meeste waarde creëren en hoe we gericht kunnen groeien.”

    Dat roept een bredere vraag op over wat er gebeurt met decennia aan opgebouwde vakkennis als de mensen die het dragen met pensioen gaan, en of AI daadwerkelijk kan vastleggen wat normaal alleen via meekijken en meewerken wordt doorgegeven. Een handleiding met foutcodes is namelijk niet hetzelfde als het gevoel van een ervaren monteur die aan een geluid al hoort wat er aan de hand is. Manuel probeert dat gat te dichten door niet alleen officiële documentatie te ontsluiten, maar ook de praktijkkennis die collega’s onderling delen vast te leggen. Of dat voldoende is om echt vakmanschap over te dragen, is een vraag die de komende jaren pas te beantwoorden is, als de eerste lichting ervaren monteurs daadwerkelijk met pensioen gaat.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de maakindustrie?

    Voor installatiebedrijven in de regio is dit concreet: minder tijd kwijt aan zoeken, sneller een zij-instromer of nieuwe monteur zelfstandig aan het werk, en een manier om bedrijfsspecifieke kennis vast te leggen voordat een ervaren medewerker vertrekt. Voor de bredere Achterhoekse maakindustrie, waar personeelstekorten en vergrijzing al langer spelen, is het een voorbeeld van een AI-toepassing die niet vervangt, maar vasthoudt wat er dreigt te verdwijnen. Het verhaal van Oz laat bovendien zien dat de Achterhoek ook internationaal ondernemerschap aantrekt via regelingen als het StartUp-visum, iets dat in beeldvorming over de regio vaak onderbelicht blijft. Voor zzp’ers en kleine mkb-bedrijven in de installatiebranche is de drempel om te starten bovendien laag: geen implementatietraject van maanden, maar een abonnement en een app die je direct op je telefoon gebruikt naast het gereedschap dat je toch al meeneemt.

    Geen antwoord, wel een richting

    Manuel lost niet het personeelstekort in de installatiebranche op, en vervangt geen ervaren vakman. Maar het laat zien dat AI in de Achterhoek vaak het meest waardevol is op de plek waar niemand ernaar op zoek was: niet in een strategieplan, maar in de broekzak van een monteur die net iets sneller klaar is met zijn storing van vandaag.

    Wil je weten hoe dit soort concrete AI-toepassingen uit de regio zich verhouden tot de bredere ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie? Tijdens Achterhoekse Intelligentie op 25 september in Lichtenvoorde duiker we dieper in de ontwikkelingen op het gebied van AI met ondernemers en professionals uit de regio. Kaarten zijn hier verkrijgbaar.

    Bron: https://www.installatie.nl/techniek/vsk/ai-app-manuel-is-volwaardige-collega-geworden/ & LinkedIn-post door OostNL. Photo by Marc Zeman on Unsplash

  • In welke fase van de AI-hype zit jij? Het persoonlijke traject dat de meeste professionals niet benoemen

    In welke fase van de AI-hype zit jij? Het persoonlijke traject dat de meeste professionals niet benoemen

    Misschien herken je het. Je hebt AI omarmd, je werkt sneller dan ooit, en toch voelt het alsof je hoofd voller staat dan vroeger. Meer tools, meer schakelmomenten, minder focus. Dat is geen persoonlijk falen. Dat is fase 4 van een traject dat bij bijna elke professional hetzelfde verloopt.

    Gartner beschrijft al jaren hoe nieuwe technologieën zich door een vaste cyclus bewegen: van eerste enthousiasme via overdreven verwachtingen en teleurstelling naar een fase van echte, werkende adoptie. Die Hype Cycle bestaat niet alleen op organisatieniveau. Ze speelt zich ook af in het hoofd van de individuele professional.

    Vijf herkenbare fasen

    Fase 1: nieuwsgierigheid. Je ontdekt wat AI kan en begint te experimenteren. Elke taak is een nieuw speelveld. Het voelt veelbelovend.

    Fase 2: overweldiging. De hoeveelheid tools, updates en mogelijkheden groeit sneller dan je ze kunt bijhouden. Je hebt meer keuzes dan tijd.

    Fase 3: het superhuman-gevoel. Je hebt een werkwijze gevonden die werkt. Je produceert sneller dan ooit. Ideeën zijn makkelijker uit te werken. Dit is de Peak of Inflated Expectations op persoonlijk niveau. En het is ook de fase die het vaakst op LinkedIn verschijnt.

    Fase 4: verlies van focus. De keerzijde kondigt zich geleidelijk aan. Meer tools betekent meer schakelmomenten en meer cognitieve fragmentatie. Je bent productief op papier, maar moe op een manier die anders aanvoelt dan gewone werkdruk. Onderzoek van de American Psychological Association toont aan dat chronisch schakelen tussen contexten tot 40 procent van de productieve tijd kan kosten.

    Onderzoekers van Boston Consulting Group noemden dit verschijnsel in 2026 ‘AI brain fry’: een specifieke cognitieve vermoeidheid die optreedt bij intensief AI-gebruik. Intensief toezicht houden op AI-output kost 14 procent meer cognitieve belasting dan werken zonder AI, en zorgt voor 19 procent meer informatieoverload. De ironie is concreet: je gebruikt AI om werk te besparen, maar het type werk dat overblijft, beoordelen, corrigeren en beslissen wat je overneemt, belast je brein zwaarder dan het werk dat je hebt uitbesteed.

    Fase 5: bewuste structuur. Niet superhuman, niet overweldigd. Je weet welke taken je aan AI geeft en welke niet. Je hebt een werkwijze die schaalt en je bewaakt actief waar je aandacht naartoe gaat. Dit is wat Gartner het Plateau of Productivity noemt.

    Wat maakt dit opvallend?

    De ManpowerGroup Global Talent Barometer 2026 legt een opvallende paradox bloot: regulier AI-gebruik steeg met 13 procent naar 45 procent van alle werkenden, maar het vertrouwen in het eigen gebruik daalde tegelijkertijd met 18 procent. Meer gebruik, minder zekerheid. Dat is het collectieve Trough of Disillusionment.

    McKinsey bevestigt dit patroon op organisatieniveau: 88 procent van de organisaties gebruikt AI structureel, maar slechts 6 procent haalt er meetbare waarde uit op bedrijfsniveau. Twee derde zit vast in ‘pilot purgatory’: eindeloos experimenteren dat nooit doorgroeit naar een werkende structuur. Die kloof tussen gebruik en waarde is ook zichtbaar in de arbeidsmarktcijfers: de officiële statistieken laten de echte verschuiving nog nauwelijks zien.

    Harvard Business School onderzocht samen met MIT Sloan en Wharton 758 consultants en introduceerde het begrip ‘jagged technological frontier’: AI verbetert sommige taken sterk en verslechtert andere, zelfs binnen hetzelfde werkproces. Die grens is niet altijd van tevoren zichtbaar. Dat maakt fase 3 gevaarlijk: je denkt dat alles beter gaat, terwijl je op bepaalde taken juist kwetsbaarder wordt.

    MIT-onderzoekster Nataliya Kosmyna voegde een neurologisch inzicht toe: mensen die schreven met ChatGPT lieten een neurale connectiviteit zien die tot 55 procent lager lag dan bij mensen die zonder tools werkten. Ze introduceerde het begrip ‘cognitieve schuld’: elke keer dat je een mentale taak delegeert aan AI, win je op korte termijn tijd, maar bouw je een schuld op in de vaardigheden die je daarvoor nodig had. Over de cognitieve effecten van AI-gebruik schreven we eerder al uitgebreider.

    Wat roept dit op?

    De meeste gesprekken over AI gaan over fase 3: de tools die tijdwinst geven, de workflows die sneller lopen, de taken die je kunt automatiseren. Dat zijn nuttige gesprekken. Maar fase 4 blijft onderbelicht, terwijl dat precies de fase is waar de meeste professionals nu in zitten.

    Dat heeft gevolgen. Als je niet weet dat verlies van focus een normaal en voorspelbaar onderdeel is van AI-adoptie, ga je het anders duiden: als persoonlijk falen, als bewijs dat AI toch niet werkt, of als reden om juist harder te pushen. Geen van die reacties helpt je naar fase 5.

    De vraag die er wel toe doet: op welke taken wil jij zelf scherp blijven, ook als AI ze voor je kan doen? En welke taken geef je bewust weg, omdat ze je aandacht niet verdienen?

    Wat betekent dit voor de Achterhoekse professional?

    Of je nu zzp’er bent, leidinggeeft aan een team in de maakindustrie, of als professional meerdere projecten tegelijk beheert: de persoonlijke Hype Cycle speelt zich bij iedereen af. De snelheid verschilt, de sector ook, maar het traject is hetzelfde.

    Fase 5 bereiken vraagt geen perfecte promptstrategie. Het vraagt om context. Per project, per klant, per werkgebied: wat is de stand van zaken, wat zijn de kernboodschappen, wat heb je al besloten? Hoe beter je die context hebt ingericht, hoe meer AI als hefboom werkt in plaats van als extra ruis. De drempel om AI goed in te zetten is hoger dan het lijkt, ook voor wie al in fase 3 zit.

    Wat zien wij in de praktijk?

    Vanuit het netwerk rondom achterhoek.ai herkennen we fase 4 bij veel professionals in de regio. De vraag die het vaakst opduikt is niet ‘welke tool moet ik gebruiken’ maar ‘hoe zorg ik dat AI me echt kan helpen?’. Dat is een fase 4-vraag. En het stellen ervan betekent dat je al op weg bent naar fase 5.

    Geen antwoord, wel een richting

    De Hype Cycle houdt niet op bij fase 5. Technologie blijft zich ontwikkelen, en de cyclus herhaalt zich op een hoger niveau. Maar wie fase 4 herkent als doorgang in plaats van eindstation, staat sterker als fase 3 van de volgende golf aanbreekt.

    Op 25 september 2026 gaan we in Achterhoekse Intelligentie in NYC Lichtenvoorde precies hierover in gesprek. Niet over welke tools er zijn, maar over hoe je ze verantwoord en bewust inzet, wat het kost als je dat niet doet, en hoe je als professional verder komt zonder het wiel opnieuw uit te vinden. Meer informatie en tickets via achterhoek.ai/tickets/.

    In welke fase zit jij op dit moment? En wat heeft je geholpen om verder te komen?

  • AI sluit de deur voor starters: wat betekent dat voor de Achterhoek?

    AI sluit de deur voor starters: wat betekent dat voor de Achterhoek?

    AI vervangt niet eerst de ervaren vakmensen: het vervangt de startersbanen. Dat is de kern van wat recent onderzoek van MIT Technology Review en het CBS samen laten zien en het heeft directe gevolgen voor de manier waarop bedrijven in de Achterhoek talent aantrekken en opleiden.

    Wat is er aan de hand?

    Het CBS publiceerde dit jaar cijfers uit het onderzoek Belevingen 2025: 41 procent van de werkende Nederlanders verwacht dat AI hun werk deels overneemt. Nog eens 4 procent denkt dat AI hun taken volledig overneemt. Opvallend is dat mensen die AI al actief gebruiken op het werk, dit zelfs vaker verwachten: 56 procent van hen rekent op gedeeltelijke vervanging. Eerder schreven we al over waarom de officiële arbeidsmarktcijfers de echte verschuiving verbergen – dit CBS-onderzoek bevestigt dat beeld.

    Tegelijk publiceerde MIT Technology Review in mei 2026 twee stukken die het bredere beeld nuanceren. De massa-ontslagen zijn er niet gekomen. Werkgelegenheid in ontwikkelde landen blijft stabiel op macroniveau. Maar er speelt iets anders: generatieve AI raakt de arbeidsmarkt niet als een golf, maar als een stijgende vloed. Geleidelijk, breed, en zonder spectaculaire krantenkoppen.

    Het hardst treft het vooralsnog de instapposities. Werkenden van 22 tot 25 jaar in de meest AI-gevoelige beroepen zagen hun werkgelegenheid met 16 procent relatief dalen, aldus een werkpaper van het Stanford Digital Economy Lab (november 2025). Onder afgestudeerden van 2026 maakt inmiddels 87 procent zich zorgen over AI op de arbeidsmarkt, tegenover 64 procent in 2025.

    Wat maakt dit opvallend?

    Het populaire verhaal over AI en werk gaat over vervanging van hoogvolume, routinematige taken. En dat klopt, maar het mist iets. De taken die AI het eerst overneemt, zijn niet altijd de minst waardevolle. Het zijn ook de taken die mensen helpen groeien.

    Een junior medewerker die analyses maakt, e-mails schrijft, eenvoudige vragen beantwoordt of basisdocumentatie opstelt, doet dat niet alleen om de klus te klaren. Die medewerker bouwt inzicht op, leert fouten kennen, en begrijpt hoe een organisatie werkt. Als AI die taken overneemt, verdwijnt niet alleen het werk. Er verdwijnt ook de leerroute. Uit onderzoek naar hoe professionals AI inzetten in 2026 blijkt dat het gebruik van AI-tools op de werkvloer snel toeneemt, ook voor taken die traditioneel als instapwerk golden.

    MIT Technology Review omschrijft het zo: bedrijven gebruiken AI om junior-taken te vervangen die traditioneel de eerste voet aan de grond geven. Dat is efficiënt op korte termijn. Op lange termijn riskeer je een gat in je eigen talentpijplijn.

    Wat roept dit op?

    De vraag die dit oproept is niet technologisch, maar organisatorisch en ethisch. Wat zijn we bereid te bewaren voor mensen die nog moeten beginnen?

    AI kan een hoop taken sneller en goedkoper. Maar een bedrijf dat geen instroomposities meer heeft, is een bedrijf dat over vijf jaar geen ervaren mensen meer heeft. Ervaring groeit ergens vandaan en dat ergens noemen we instap.

    Er is ook een bredere maatschappelijke vraag: als de klassieke route van junior naar senior verkort of geblokkeerd wordt, wie leidt dan de volgende generatie vakmensen op? En wie draagt de kosten van die onderbreking?

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de maakindustrie?

    De maakindustrie in de Achterhoek werkt al jaren met krappe arbeidsmarkt. Bedrijven zoeken vakmensen, en die zijn er te weinig. AI-tools worden steeds meer ingezet om dat gat te dichten: geautomatiseerde kwaliteitscontrole, voorspellend onderhoud, slimme planningstools.

    Dat is zinnig. Maar de aanname dat je daarmee minder mensen nodig hebt, is te simpel. Wat je minder nodig hebt, zijn mensen voor specifieke taken. Wat je meer nodig hebt, zijn mensen die de systemen begrijpen, bewaken, en bijsturen.

    Dat vraagt om vakmensen die zijn opgegroeid met de technologie, maar ook met het vak zelf. Die leerroute veronderstelt een instap. Als die instap er niet meer is, doordat AI de starterfuncties heeft ingenomen, bouw je een probleem op dat pas over enkele jaren zichtbaar wordt.

    Productiebedrijven in de regio die nu al AI-tools inzetten, staan voor een keuze: optimaliseren op korte termijn of bewust instapposities beschermen als investering in de lange termijn.

    Geen antwoord, wel een richting

    De discussie over AI en werk wordt vaak gevoerd in grote termen: revolutie, vervanging, toekomst van arbeid. Maar de meest concrete vraag is kleiner: heeft jouw bedrijf nog een plek voor iemand die ergens mee wil beginnen?

    De antwoorden op die vraag, van ondernemers en professionals in de regio, zijn precies wat we ophalen tijdens het congres Achterhoekse Intelligentie op 25 september 2026 in NYC Lichtenvoorde. Sprekers die geen gemakkelijke antwoorden geven, maar wel de vragen stellen die ertoe doen.

    Meer weten of aanmelden? Kijk op achterhoek.ai/event/ of ga direct naar achterhoek.ai/tickets/.

    Welke keuzes maakt jouw bedrijf nu al om de instap voor jong talent open te houden?


    Bronnen: CBS Belevingen 2025 (gepubliceerd 2026); MIT Technology Review, “A reality check on the AI jobs hysteria” (26 mei 2026); MIT Technology Review, “It’s time to address the looming crisis in entry-level work” (26 mei 2026); Stanford Digital Economy Lab working paper (november 2025).

  • De EU AI Act gaat over zes weken (voor velen) in. Wat betekent dat voor jouw bedrijf?

    De EU AI Act gaat over zes weken (voor velen) in. Wat betekent dat voor jouw bedrijf?

    Over zes weken, op 2 augustus 2026, treden de volledige transparantie- en risicoregels van de EU AI Act in werking. Voor bedrijven die AI gebruiken, en dat zijn er meer dan ze zelf denken, betekent dit dat er concrete verplichtingen gelden. Geen uitstel, geen overgangsperiode meer.

    Wat is de EU AI Act?

    De EU AI Act is de eerste brede wet ter wereld die regels stelt aan het ontwikkelen en gebruiken van kunstmatige intelligentie. De wet werd de afgelopen jaren gefaseerd ingevoerd. Vanaf 2 augustus 2026 zijn de meest ingrijpende onderdelen van kracht: de eisen rondom hoog-risico AI-systemen en de transparantieverplichtingen voor vrijwel alle AI-toepassingen.

    De kern van de wet is een risico-indeling. AI-systemen worden ingedeeld in vier categorieën: onaanvaardbaar risico (verboden), hoog risico (zware eisen), beperkt risico (lichtere eisen) en minimaal risico (nauwelijks verplichtingen). De meeste tools die MKB-bedrijven gebruiken, vallen in de laatste twee categorieën. Maar “minimaal risico” betekent niet “niets hoeven doen”.

    Wat maakt dit opvallend?

    Veel ondernemers denken dat de AI Act alleen geldt voor techbedrijven die AI bouwen. Dat klopt niet. De wet geldt ook voor bedrijven die AI inkopen en inzetten, en dat zijn vrijwel alle bedrijven die gebruik maken van moderne software.

    Gebruik je een planningssysteem met AI-functionaliteit? Stuur je sollicitanten door een screening-tool? Heb je een chatbot op je website? Dan val je er mogelijk onder.

    Daar komen concrete verplichtingen bij. Elk bedrijf moet een overzicht bijhouden van de AI-tools die het gebruikt (een zogenaamd AI-register), een intern beleid hebben over hoe AI gebruikt mag worden, medewerkers aantoonbaar informeren over de risico’s van de tools die ze gebruiken, en transparant zijn naar klanten als AI wordt ingezet in communicatie. Boetes bij niet-naleving kunnen oplopen tot 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet.

    Dat klinkt absurd hoog voor een Achterhoeks productiebedrijf met twintig medewerkers. En dat is het ook, voor de gevallen waarvoor die maxima bedoeld zijn. In de praktijk gaat handhaving voor MKB waarschijnlijk beginnen met een waarschuwing. Maar een verplichting is een verplichting, ook als de kans op een boete klein is.

    Wat roept dit op?

    De AI Act stelt in feite een eenvoudige vraag: wie is er verantwoordelijk als een AI-systeem iets fout doet?

    Tot nu toe was dat onduidelijk. Leveranciers verwezen naar gebruiksvoorwaarden. Gebruikers dachten dat de leverancier het wel zou regelen. De wet maakt een einde aan die onhelderheid. Organisaties die AI inzetten zijn mede-verantwoordelijk voor wat dat systeem doet. Die verschuiving in verantwoordelijkheid raakt ook de arbeidsmarkt: als AI-systemen taken overnemen, moet duidelijk zijn wie er aanspreekbaar is.

    AI is geen neutraal gereedschap meer, zoals een hamer of een spreadsheet. Het is een systeem dat beslissingen neemt, patronen herkent, selecteert en sorteert. En voor die beslissingen moet iemand aanspreekbaar zijn. De wet schrijft voor wie dat is.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek en de maakindustrie?

    Bedrijven in de maakindustrie zijn gewend aan veiligheids- en kwaliteitscertificeringen. De logica van de AI Act is vergelijkbaar: documenteer wat je gebruikt, zorg dat medewerkers ermee kunnen omgaan en weet wat er te doen staat als er iets misgaat.

    Voor middelgrote maakbedrijven (50 tot 249 medewerkers) gelden per 2 augustus specifieke eisen rond AI-geletterdheid van betrokken personeel. Dat wil zeggen: medewerkers die AI-tools gebruiken moeten aantoonbaar weten wat die tools doen en wat de risico’s zijn.

    De meeste Achterhoekse bedrijven die AI gebruiken, doen dat via hun ERP-systeem, via planningssoftware of via tools voor kwaliteitscontrole. Veel van die systemen hebben AI-functies die standaard aanstaan, zonder dat de gebruiker er ooit over heeft nagedacht. De AI Act dwingt bedrijven om daar alsnog over na te denken.

    Het praktische minimum dat er nu moet liggen: een AI-register (wat gebruiken we, waarvoor, van welke aanbieder), een kort intern AI-beleid, een data processing agreement met leveranciers en een korte training of informatiesessie voor medewerkers. Dat is minder werk dan het klinkt, maar het moet wel gedaan worden.

    Wat zien wij in de praktijk?

    Er is een enorme groei te zien in het segment van AI-trainers, in Duitsland groeide het aantal in een jaar zelfs met 1.220% (volgens onderzoek van Deel) en in Nederland zo’n 540% tussen 2024 en 2025. Dat aandeel zal nu toegenomen zijn: de AI-savvy mensen staan klaar om bedrijven te helpen met deze wetgeving. Wel zien we twijfels: hoe weet je of iemand een goede AI-trainer voor je bedrijf is? Het is lastig transparant te maken welke AI trainer je goed op weg kan helpen (ook met wetgeving) en welke je vooral een tool kunnen aanleren.

    Wat we wel merken in de aanloop naar het congres Achterhoekse Intelligentie: ondernemers weten vaak niet welke AI-tools er binnen hun bedrijf al draaien. Niet omdat ze nalatig zijn, maar omdat de tools meekomen met software die al jaren in gebruik is én omdat veel werknemers door gebrek aan beleid zelf met AI aan de slag zijn gegaan. De AI Act dwingt bedrijven om dat in kaart te brengen. Dat is, los van de regelgeving, gewoon heel erg nuttig.

    Geen antwoord, wel een richting

    De EU AI Act lost het vraagstuk van verantwoordelijkheid niet op. Ze schrijft voor wie er aanspreekbaar is, maar niet hoe je met die verantwoordelijkheid omgaat. Dat is werk dat bedrijven zelf moeten doen. Bedrijven die nu inventariseren wat ze gebruiken en waarom, hebben niet alleen hun compliance op orde. Ze begrijpen ook beter welke rol AI speelt in hun bedrijfsvoering. En dat is een vraag die elk bedrijf vroeg of laat toch moet beantwoorden.

    Wil je meer weten over de impact van AI op bedrijven in de Achterhoek? Op 25 september 2026 vindt in NYC Lichtenvoorde het congres Achterhoekse Intelligentie plaats. Praktisch, nuchter en zonder hype. Bekijk de tickets.