Tag: MKB

  • AI gebruiken zonder je denken uit te besteden: zo pakt het Graafschap College het aan

    AI gebruiken zonder je denken uit te besteden: zo pakt het Graafschap College het aan

    Het Graafschap College en ROC van Twente laten zien hoe je AI inzet zonder het werk van mensen overbodig te maken. Via AI-leercirkels werken mbo-studenten, docenten en mkb-bedrijven samen aan concrete toepassingen in de technische maakindustrie. De centrale vraag daarbij: hoe blijf je als vakspecialist onmisbaar als AI steeds meer kan?

    Wat is het practoraat Smart Technology & AI?

    In september 2025 startten het Graafschap College en ROC van Twente gezamenlijk het practoraat Smart Technology & AI, onder leiding van practor Anika Embrechts. Een practoraat is een onderzoeksgroep binnen het mbo, vergelijkbaar met een lectoraat in het hbo.

    Het practoraat richt zich op drie dingen tegelijk: onderzoek naar AI-toepassingen in de technische sector, professionalisering van docenten, en directe samenwerking met de regionale maakindustrie. Denk aan opleidingen in verspaning, werktuigbouwkunde, mechatronica, ICT en bouw- en vervoer.

    Concreet draait dit in zogenoemde AI-leercirkels: maandelijkse bijeenkomsten waarin medewerkers van mkb-bedrijven, mbo- en hbo-docenten, docentonderzoekers en studenten met afstudeerprojecten samen aan AI-toepassingen werken. Bedrijven brengen hun eigen producten en data mee. Studenten werken aan echte casussen. Kennis blijft in de regio.

    Wat maakt deze aanpak opvallend?

    Veel AI-trajecten beginnen met de vraag: wat kan AI voor ons doen? Het practoraat stelt bewust een andere vraag: wanneer heeft AI hier daadwerkelijk iets toe te voegen?

    Embrechts formuleert het helder: “Vraag niet naar de oplossing, maar kies gericht wanneer AI je écht kan helpen.” Dat klinkt logisch. Toch is het minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Zeker in een sector waar de urgentie om iets met AI te doen groot is, maar de kennis, tijd en mankracht om dat goed te doen beperkt zijn.

    Het verschil zit hem in de omgekeerde volgorde. Niet: we hebben AI, wat kunnen we ermee? Maar: we hebben een probleem op de werkvloer, kan AI daar iets bij bijdragen? En zo ja, hoe dan precies?

    Dat is een houding die ook voor professionals buiten het onderwijs relevant is.

    Hoe werkt het in de praktijk: een aanpak in vijf stappen

    Op basis van het practoraat en de AI-leercirkels zijn er vijf herkenbare stappen te onderscheiden die ook bruikbaar zijn voor iedere professional of ondernemer die met AI aan de slag wil.

    Stap 1: Begin met het probleem, niet met de tool.
    Identificeer eerst een concreet knelpunt in je werk of productieproces. Repeterend werk dat foutgevoelig is. Een planning die te veel handmatige aanpassingen vraagt. Een kwaliteitscheck die nu nog op gevoel gaat. Pas als het probleem helder is, heeft het zin om te kijken of AI een bijdrage kan leveren.

    Stap 2: Verzamel je eigen data.
    AI-leercirkels werken met data van de bedrijven zelf. Dat is geen toeval. Generieke modellen geven generieke uitkomsten. Hoe specifieker je data, hoe bruikbaarder het resultaat. Voor een machinebedrijf betekent dat: begin met je eigen productiegegevens, storingslogs of kwaliteitsmetingen, niet met een demo-dataset.

    Stap 3: Betrek mensen met vakkennis.
    In de leercirkels zitten niet alleen technici of AI-specialisten. Juist de medewerkers die het proces van binnenuit kennen, zijn onmisbaar bij het beoordelen of een AI-uitkomst klopt. Een model kan een planning optimaliseren, maar of die planning realistisch is op de werkvloer, weet de medewerker. Die combinatie van modeloutput en praktijkkennis is precies wat de aanpak sterk maakt.

    Stap 4: Bepaal de grenzen van AI-gebruik.
    Het ROC van Twente ontwikkelde hiervoor een AI-waaier: een instrument met vijf niveaus die aangeven in hoeverre AI ingezet mag worden bij een bepaalde taak of opdracht. Niveau 1 betekent: geen AI. Niveau 5: volledige inzet toegestaan. Voor professionals geldt hetzelfde principe. Niet elk besluit, niet elke tekst, niet elke analyse leent zich voor AI-ondersteuning. Bewust kiezen wanneer wel en wanneer niet is een vaardigheid op zich.

    Stap 5: Zorg dat kennis niet verdwijnt.
    Een risico bij AI-gebruik is dat kennis die voorheen in mensen zat, langzaam verdwijnt naar een model. Het practoraat adresseert dit door kennis actief te documenteren en te verspreiden via onderwijsmateriaal. Voor bedrijven betekent dit: zorg dat AI een hulpmiddel is dat vakkennis ondersteunt, niet vervangt. Leg vast wat je weet. Train je mensen. Blijf snappen wat het model doet.

    Wat roept dit op?

    Er is iets merkwaardigs aan de hand in het gesprek over AI en werk. Iedereen ziet de verandering aankomen, maar de concrete stap naar “hoe doe ik dit dan zelf?” blijft voor veel mensen vaag.

    Embrechts benoemt het risico van ondoordacht gebruik: studenten die hun denken structureel uitbesteden aan AI, begrijpen op een gegeven moment het vak niet meer. Dat geldt net zo goed voor professionals. Als je nooit meer zelf een planning maakt, verlies je het gevoel voor wat een realistische planning is. Als je nooit meer zelf een tekst schrijft, verlies je het vermogen om een slechte AI-output te herkennen. Onderzoek naar cognitieve vermoeidheid en cognitieve schuld bij AI-gebruik laat zien dat dit geen theoretisch risico is.

    Onmisbaar blijven betekent niet: AI vermijden. Het betekent: goed genoeg blijven om AI op waarde te schatten. We schreven eerder al over waarom bedrijven die mensen vervangen door AI zelden meer rendement halen, en wat dat zegt over hoe we AI werkelijk inzetten.

    Hoe doen andere regio’s het?

    Het is interessant om de Achterhoekse aanpak te plaatsen naast wat er elders in Nederland gebeurt.

    In Brabant werken Fontys en Summa College samen aan de opleiding Smart Industry Engineer. Die opleiding is opgezet in samenwerking met dertig regionale bedrijven uit de Brainport-regio. Het accent ligt daar op het opleiden van nieuwe profielen: studenten die werktuigbouwkunde, data, AI en cybersecurity combineren tot een breed technisch profiel. De aanpak is sterk gericht op nieuwe instroom, minder op het bijscholen van bestaande medewerkers.

    In Den Haag heeft ROC Mondriaan een programmamanager AI aangesteld die specifiek werkt aan het ondersteunen van docenten. De pilots richten zich op toepassingen als automatisch samenvatten van studentgesprekken en het stroomlijnen van rapportages. De insteek is intern: hoe helpt AI het onderwijs zelf efficiënter werken?

    De Achterhoekse aanpak onderscheidt zich doordat het mkb en het onderwijs structureel samenwerken aan dezelfde vraagstukken, met eigen data, in een beschermde omgeving. Dat is minder spectaculair dan een nieuw Smart Industry-programma, maar waarschijnlijk duurzamer. Studenten komen terecht bij bedrijven die ze al kennen. Bedrijven krijgen kennis die aansluit op hun eigen processen. Docenten leren van wat er op de werkvloer speelt.

    Het noaberschap waar Embrechts naar verwijst, is geen marketingterm. Het is een werkwijze. En voor de maakindustrie in deze regio is dat een reëel voordeel.

    Wat zien wij in de praktijk?

    Wat wij merken in aanloop naar het congres Achterhoekse Intelligentie op 25 september 2026: de vraag die ondernemers het vaakst stellen is niet “wat kan AI?” maar “hoe kan ik het slim inzetten?” Dat is precies de juiste vraag. En het is bemoedigend dat het onderwijs in deze regio een antwoord aan het ontwikkelen is. Tijdens ons event gaat AI-implementatie specialist Marloes Huinink precies hier dieper op in.

    Geen antwoord, wel een richting

    Er is geen universeel recept voor goed AI-gebruik. Wat het Graafschap College en ROC van Twente laten zien, is dat de juiste vraagstelling al een groot deel van het werk is. Niet: geef ons een oplossing. Maar: wanneer helpt AI ons werkelijk?

    Die houding veronderstelt iets: dat je het vak goed genoeg kent om die vraag te stellen. Dat je weet wat een goed resultaat is. Dat je de uitkomst van een model kunt beoordelen op bruikbaarheid in de praktijk.

    Dat vraagt om mensen die blijven leren, ook in een wereld waarin AI steeds meer overneemt. Juist dan.

    Op 25 september 2026 gaan we op het congres Achterhoekse Intelligentie in NYC Lichtenvoorde dieper in op dit soort vragen: hoe zet je AI in als middel, niet als doel? Wat betekent dat voor de maakindustrie, voor professionals, voor de regio? Tickets zijn beschikbaar via achterhoek.ai/tickets/.

  • EU versoepelt AI-regels: wat betekent het akkoord van mei 2026 voor Achterhoekse bedrijven?

    EU versoepelt AI-regels: wat betekent het akkoord van mei 2026 voor Achterhoekse bedrijven?

    Op 7 mei bereikte de Europese Unie een politiek akkoord over aanpassingen aan de AI Act. De deadline voor hoog-risico AI-systemen schuift op van augustus 2026 naar december 2027, en de regels worden vereenvoudigd voor kleinere en middelgrote bedrijven. Goed nieuws voor het Achterhoekse MKB, maar ook vragen over wat er nu eigenlijk verandert.

    Wat is de EU AI Act?

    De EU AI Act is de Europese verordening die regels stelt voor het gebruik van kunstmatige intelligentie. De wet onderscheidt AI-systemen op basis van risico. Hoog-risico AI zijn systemen die worden ingezet in gevoelige domeinen: werving en selectie van personeel, beoordeling van kredietwaardigheid, veiligheidssystemen in machines, of toepassingen in onderwijs en rechtspraak. Voor die categorie gelden striktere eisen: documentatie, risicoanalyse, menselijk toezicht en registratie in een EU-database. Laag-risico systemen, zoals een chatbot op een website of een AI-tool voor tekstopmaak, vallen buiten dit strenge regime.

    Wat maakt dit opvallend?

    Op 7 mei 2026 bereikte de Raad van de EU en het Europees Parlement een akkoord over een zogenaamd “AI Omnibus”-pakket. Twee wijzigingen zijn opvallend.

    De eerste: de deadline voor hoog-risico verplichtingen verschuift van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027. Bedrijven krijgen ruim een jaar extra. Verplichtingen die over drie maanden zouden ingaan, gelden nu pas over anderhalf jaar.

    De tweede: de definitie van “middelgroot bedrijf” wordt opgerekt. Ondernemingen met maximaal 750 medewerkers en 150 miljoen euro jaaromzet vallen nu onder het vereenvoudigde compliance-regime. Dat geeft recht op eenvoudigere documentatievereisten, toegang tot regulatoire sandboxen en lagere boetes bij overtredingen. Het akkoord is nog niet definitief aangenomen door beide EU-instellingen, maar de verwachting is dat dit voor augustus 2026 gebeurt.

    Wat roept dit op?

    De versoepeling roept een dubbele vraag op. Enerzijds: was de oorspronkelijke AI Act gewoon te complex om realistisch uit te voeren? Dan is vereenvoudiging een verbetering. Anderzijds: worden de regels afgezwakt op het moment dat AI-gebruik juist versnelt? Terwijl bedrijven massaal AI-tools inzetten in HR, productie en klantcontact, kiest de EU voor uitstel.

    De AI Act was deels bedoeld als signaal aan de markt: AI moet mensgericht, transparant en controleerbaar zijn. Als de regels die dat moeten bewerkstelligen steeds worden uitgesteld of afgezwakt, verdwijnt ook de urgentie om er serieus mee aan de slag te gaan. Dat is een afweging die verder gaat dan juridische compliance.

    Wat betekent dit voor de Achterhoek?

    Voor Achterhoekse maakbedrijven die experimenteren met AI in productie, kwaliteitscontrole of logistiek, verandert er op korte termijn weinig. De meeste toepassingen in die sectoren vallen pas onder “hoog risico” als ze specifiek worden ingezet voor personeelsbeoordeling of als onderdeel van veiligheidssystemen in machines die vallen onder de Machinerichtlijn.

    Maar de uitbreiding van de MKB-definitie is wel degelijk relevant. Bedrijven tot 750 medewerkers hoeven straks minder uitgebreide documentatie bij te houden, krijgen standaardtemplates aangeboden en kunnen deelnemen aan testsandboxen om AI-toepassingen te toetsen voor ze worden ingezet.

    Wat blijft onduidelijk: welke AI-toepassingen vallen nu precies onder hoog risico? Dat is voor veel ondernemers moeilijk te beantwoorden, en de aanpassingen maken dat niet concreter. De wet biedt meer ruimte, maar weinig meer richting.

    Geen antwoord, wel een richting

    Het Europese AI-beleid zit in een spagaat. Het wil zowel innovatie stimuleren als grondrechten beschermen. De Omnibus-deal is een poging om beide doelen te verzoenen. Of dat lukt, hangt af van of de vereenvoudiging ook daadwerkelijk helderheid biedt aan de ondernemers die ermee moeten werken.

    Voor bedrijven in de Achterhoek is de praktische vraag: wat doen wij nu al met AI, en wat zijn de risico’s als we daarmee doorgaan? Die vraag is de moeite waard, met of zonder Europese wetgeving.

    Op 25 september bespreken we bij het congres Achterhoekse Intelligentie in NYC Lichtenvoorde hoe bedrijven in de regio verantwoord met AI omgaan. Bekijk het programma en de tickets.

    Was de AI Act te ambitieus voor de praktijk, of geven we te vroeg toe aan druk vanuit de industrie?